Heel de wond

Een jaar geleden bracht de Onderzoeksraad voor de Veiligheid een rapport uit met daarin een evaluatie van de maatregelen die de regering heeft genomen tijdens de coronatijd. Daar was wel het een en ander op aan te merken. Ook het wetenschappelijk bureau van het CDA schreef een evaluatie en ook hierin was de kritiek op het beleid bepaald niet mals. Dat laatste kon nog wel weggemoffeld worden door de oude media, die tegen beter weten in roepen dat ze onafhankelijk nieuws brengen, maar als eigendom van een tweetal Vlaamse mediareuzen vooral allemaal dezelfde kant van het verhaal belichten. De regering kon er echter niet onderuit om het OVV onderzoek te bespreken, want daartoe had zij zelf opdracht gegeven. Het was een zeer kritisch rapport: de besluitvorming was onduidelijk en niet transparant. Er werd vooral gestuurd op getallen. In verpleeghuizen voltrok zich een ‘stille ramp’ en de regering had totaal geen oog voor zaken als sociale gevolgen, de gevolgen voor de jeugd of het psychisch welzijn van kwetsbaren. Het was min of meer dezelfde regering die na het debacle van de Toeslagenaffaire beterschap had beloofd met mooi klinkende mea culpa’s en loos gebleken beloften met als nauwelijks verholen adagium: alles voor het pluche.  

In het debat over het OVV rapport was het niet anders. Op de vraag of het kabinet niet te hardvochtig was geweest jegens degenen die zich niet hadden laten prikken met het nauwelijks onderzochte ‘vaccin’ was het antwoord een bekende Ruttiaanse woordsalade waar van neerlandici vermoedelijk pas over enkele decennia de ware betekenis bij benadering zullen kunnen ontwarren. Oké, wellicht was men te hard geweest, “misschien onbedoeld, maar zeker niet bedoeld”. Het is een antwoord in de categorie ‘geen actieve herinnering’ of  of ‘proactief archiveren’, steeds met dezelfde betekenis: “ik ben hier nu eenmaal niet om verantwoording af te leggen”.

De werkelijkheid is klip en klaar: de regering heeft er alles aan gedaan om de polarisatie in de samenleving maximaal aan te wakkeren. Zo heeft de Jonge gesteld dat het “arrogant is om niet mee te doen aan het vaccineren”, heeft hij aangegeven ‘’nul begrip” te hebben voor mensen die twijfelden over de prik en meende hij dat IC bedden “bezet werden door ongevaccineerden”. Vermoedelijk had hij die mensen liefst eigenhandig hun bed uit gesleurd en op straat gesmeten. Voor de zekerheid was hij overigens niet aanwezig bij het debat, want geen minister meer. En zo kon het gebeuren dat geen van de verantwoordelijken het lef had om ook maar enige rekenschap af te leggen over de gevolgen van de onder hun ambtsperiode begane misstanden. In de politiek kom je kennelijk gewoon weg met dit soort gekonkel, maar met democratie heeft dit alles natuurlijk bitter weinig meer te maken. 

Excuses werden niet gemaakt (daar gaan doorgaans enkele eeuwen overheen), maar goed, Rutte gaf dus toe dat de regering te hardvochtig geweest was. Dat lijkt me het understatement van het jaar. Net als in de Toeslagenaffaire, waar systematische discriminatie van regeringswege usance was, is discriminatie tijdens de coronatijd opnieuw door de regering genormaliseerd. “Niet normaal maken wat niet normaal is”, had Willem Alexander ooit gezegd, maar ja, dat is, zo is wel gebleken, natuurlijk meer voor de bühne. De QR code was een gedrocht waarvan men ook achteraf zelfs niet de moeite heeft genomen om het nut ervan aan te tonen. Toch werd hij gebruikt voor geïnstitutionaliseerde discriminatie. Ineens was toch normaal gemaakt wat niet normaal was. 

Het ergste daarvan was nog wel dat de regering een groot deel van de bevolking zover heeft weten te manipuleren dat mensen dit gewoon lieten gebeuren. Als gevolg van een beleid van bewust gecreëerde tweespalt, aanjagen van angst en dwingende maatregelen vond een groot deel van de bevolking het kennelijk oké dat anderen werden buitengesloten. Het werd, zo leren wij uit  WOB documenten, versterkt doordat de vrijheid van meningsuiting werd opgeheven door een innige samenwerking van de regering met de veiligheidsdiensten en speciale psyop teams, want er was slechts één mening toegestaan. Toen de regering haar verbindende taak verzaakte en een Staatswaarheid instelde voelden degenen die de zwaarbevochten vrijheid in gevaar zagen komen de verantwoordelijkheid om hun medemens de ogen te openen. De regering creëerde een vijandbeeld van hen, benoemde hen bij ministerieel decreet tot asocialen, isoleerde hen en gaf opdracht hun vrijheid van meningsuiting online op te heffen. Het miste zijn effect niet, want veel gezagsgetrouwen gingen zelfs hier weer in mee. Het leidde tot problemen en verwijdering tussen vrienden, binnen families en zelfs tussen ouders en kinderen. De impact daarvan is enorm. Het gemak waarmee mensen ertoe gebracht blijken te kunnen worden om de schouders op te halen wanneer hun naasten buitengesloten werden, is schokkend. Dat mensen gemakkelijk te manipuleren zijn om normaliter ongewenst of schadelijk gedrag te gaan vertonen is weliswaar in psychologie en filosofie al tientallen jaren bekend en beschreven, maar het in de praktijk ervaren ervan geeft toch een enorme knik in het vertrouwen. Slechts een enkeling stond op en nam het op voor de gediscrimineerde naasten. Massaal keek men de andere kant op. Hoe gemakkelijk is het dan om nog veel verder te gaan? Waar ligt de grens, en is die er eigenlijk wel? Hoeveel van de mensen die dit achteloos toelieten, hebben achteraf ingezien dat ze gestuurd werden door zorgvuldig bedachte psychologische trucjes? Wie is zo flink geweest om te vragen hoe dat voelde, om zelf hierop terug te komen en toe te geven dat ze hun collega, vriend of familielid nooit hadden mogen laten vallen? Pijnlijke vragen die niet verdwijnen als ze onbesproken blijven, maar die de meesten wel uit de weg gaan.  

Dit desastreuze beleid heeft Nederland verwond. Het is onbegrijpelijk dat er zo weinig aandacht is voor deze kwestie die voor talrijke mensen zo traumatisch is geweest. Velen hebben zich in de steek gelaten gevoeld door de mensen op wier loyaliteit ze meenden te kunnen rekenen. Dat is een fundamentele knauw in het vertrouwen. Het bagatelliseren en verzwijgen hiervan maakt het extra pijnlijk. Maar hoe moeten we hiermee verder? 

Het blijven meedragen van boosheid en verwijt zal alleen verliezers kennen. Daarom zullen we met degenen om wie we geven uiteindelijk met empathie en begrip nader tot elkaar moeten zien te komen. Wat daarvoor nodig is, is allereerst een oprechte en authentieke introspectie bij beide partijen. Degenen die alles maar lieten gebeuren zouden bij zichzelf te rade kunnen gaan of zij niet ergens een grens hadden moeten trekken, bijvoorbeeld toen discriminatie genormaliseerd werd. De critici van het beleid kunnen zich afvragen hoe zij, in hun verontrusting en angst (ja, ook bij hen!), mensen hun omgeving afgeschrikt hebben. 

Wellicht komen we uiteindelijk tot de conclusie dat angst bij beide partijen een rol speelde:  bij de een de angst voor het virus, gevoed door de regering en bij de andere de angst voor het verlies van vrijheid en democratie, versterkt door een gevoel, door diezelfde overheid gemarginaliseerd en geneerd te worden. Door dat te erkennen en te bespreken, door daadwerkelijk naar elkaar te luisteren en oprecht te willen begrijpen wat er met de ander is gebeurd, kan er hopelijk begrip ontstaan voor elkaars positie en kan eenieder doorvoelen of en in hoeverre het opportuun is om de hand in eigen boezem te steken, excuses te maken, te aanvaarden of beide. De wonden zullen anders moeilijk of niet helen en we zullen in elk geval niet verder komen als we de pijnlijke vragen en het persoonlijke gesprek hierover uit de weg blijven gaan. Misschien is het wel zinvol om hiervoor een jaarlijks terugkerende nationale dag van Begrip en Vergeving te organiseren.  Want onderschat het niet: de pijn en het leed zijn groot genoeg om dat te rechtvaardigen.

Blogdo©





Van nieuw leven: een Kerstvertelling

“Als we íets leren van de geschiedenis,

dan is het wel dat we niets leren van de geschiedenis” 

Friedrich Hegel, filosoof

Het ontstaan van nieuw leven is één van de meest fascinerende aspecten van het menselijk bestaan. De geboorte getuigt van de kracht en doorzetting van de vrouw, zo grotesk dat die van menig stoere vent daarbij terstond verbleekt. Daarentegen is de conceptie een relatief eenvoudig proces met als belangrijkste ingrediënten een plezierige samenwerking en een zekere mate van gemeenschapszin. 

Ook het kerstverhaal gaat over dit thema. Het bevat wijsheden voor onze huidige tijd, verpakt in een oude vertelling over het ontstaan van nieuw leven. Bij dit laatste valt overigens op dat het focus wat meer ligt op de daadwerkelijke geboorte terwijl de conceptie zelf wat meer in engelachtige nevelen gehuld blijft. Om eerlijk te zijn kan ik dat niet geheel verklaren, beperkt als ik ben in mijn denken door mijn natuurwetenschappelijke achtergrond. Soms kan ik het even niet laten om zelf na te denken, want ieder mens heeft nu eenmaal zijn eigen onhebbelijkheden, en op die momenten waag ik mij soms aan tersluikse speculaties. Wat heeft zich nu precies afgespeeld tijdens het nachtelijk bezoek van die knappe engel aan de onbezoedelde Maria? Was de inhoud van de boodschap nu echt louter verbaal en sprak de engel slechts enkele gevleugelde woorden? Of was er meer en is het bijbelse verhaal onderworpen aan censuur, die immers van alle tijden is? Zou een WOB-verzoek….maar al snel staak ik mijn gepieker en herpak ik mij: ik heb inmiddels geleerd dat ik gewoon moet geloven en niet altijd alles moet willen begrijpen. 

Dus we stellen hier geen verdere vragen: Maria werd hoe dan ook zwanger en voor zover ik heb kunnen nagaan verliep de conceptie behoorlijk vlekkeloos en de zwangerschap voor het grootste deel voorspoedig. Totdat… er een brief van de regering op de mat plofte. 

Verbaasd legde Jozef zijn hamer neer. “Marie, post van de overheid!”, riep hij naar de keuken. Hij was zelf meer een man van het praktische werk en als het even kon liet hij niet alleen de keuken, maar ook de administratie graag aan zijn vrouw over. 

Maria opende de brief en las dat het keizerlijk hof alle mensen opriep om zich te melden zodat ze iedereen in een Registratiesysteem kon laten opnemen. Dat was gewoon beter, veiliger en bovendien wel zo overzichtelijk, zo stond het vriendelijk uitgelegd in de brief. Wat er overigens niet in stond en wat de jonge ouders in hun onschuld ook niet konden bevroeden, was dat de keizer hier heel andere bedoelingen mee had…. 

“Moeten we hier eigenlijk wel aan meedoen, lieverd?”, vroeg Maria met enig wantrouwen in haar stem. Vrouwen, en zeker moeders, hebben namelijk vaak een wat scherpere intuïtie voor gevaar dan mannen, die doorgaans wat goedgeloviger zijn. “Ach Marie, dat kan allemaal echt geen kwaad hoor”, wuifde Jozef haar bedenkingen weg. Hij was niet echt een man van argumenten: gezagsgetrouw en deugdzaam als hij was  stelde hij verder geen vragen. Op de achtergrond balkte een instemmend ‘i-aa!’. “Kom”, sprak Jozef kordaat. Hij hield niet van dralen.”Ik pak de ezel!”. Dus graaiden ze een zwik spullen bijeen, en alras waren zo de timmerman en zijn hoogzwangere gade op weg voor de lange reis naar het registratiekantoor. De tocht bleek echter wat al te optimistisch gepland, want na enkele dagen reizen kwamen de weeën opzetten. En ja hoor, u raadt het al: in de wijde omtrek was geen dokter, ziekenhuis of vroedvrouw te bekennen. Dat was natuurlijk pech. Maar helaas, daar bleef het niet bij. Want er zou nog een heel ander probleem gaan opdoemen, iets waar wij tweeduizend jaar na dato nog allemaal schande van spreken.

Uitgeput kwam het zwangere stel aan bij een herberg waar ze hoopten te kunnen uitrusten voor de nacht. Maar ze hadden buiten de regels gerekend. “Helaas, zonder registratiebewijs kom je er hier niet in”, sprak de waard beslist, want hij had zo zijn orders. En ook bij de volgende herbergen was het mis. “Opdracht van de keizer”, klonk het bits. 

Hohoho!” probeerde Jozef, want hij was dan wel wanhopig, maar bleef toch graag in de juiste sfeer. “Ik snap er niks van!”. Onthutst over zoveel gebrek aan medemenselijkheid wees hij naar zijn hoogzwangere vrouw. Er kwam net een flinke wee opzetten. “Kunnen we hier niet even als volwassenen over praten?” De herbergier keek argwanend om zich heen, als kon hij elk moment verraden worden, en schudde afwerend zijn hoofd. “Discussie over besluiten van de keizer is strikt verboden!” Het waren gekke tijden en een mens kon maar beter geen risico lopen. Vinnig gooide de herbergier de deur dicht in het gezicht van het verbouwereerde stel. Langzaam drong het tot hen door. Zwanger of niet, zonder registratiepapiertje waren ze in geen enkele herberg of taverne welkom (tientallen generaties later werkt dit deel van het kerstverhaal nog altijd brede verontwaardiging op, want zoiets is in onze beschaafde tijd natuurlijk totaal ondenkbaar). Teleurgesteld en verdrietig sjokten ze verder door de donkere nacht. Ze konden nauwelijks bevatten wat hen overkomen was. Waar waren ineens de ooit zo vanzelfsprekende medemenselijkheid en hulpvaardigheid gebleven? Hoe konden de mensen dit in Godsnaam laten gebeuren? 

Dit was dus blijkbaar de nieuwe onredelijkheid waarover de Keizer de laatste tijd vaker gesproken had.

Na enkele vermoeiende uren vond het jonge paar ergens in het veld een verlaten stal, waar een paar van de kudde losgeraakte schapen en wat vee een beetje sullig herkauwend voor zich uit stonden te staren maar waar nog wel ruimte was voor een bevalling, die vervolgens snel en ongecompliceerd verliep. En voor wie het verhaal niet kent: het was een jongetje. 

“Wat een wonderkind! Hoe zullen we hem noemen, Marie?” riep Jozef enthousiast. 

“O jezus, daar heb ik nog helemaal niet over nagedacht”, schrok Maria.

“Goed, dat is dan geregeld” , antwoordde Jozef tevreden. Hij sloeg graag spijkers met koppen. “Dan ga ik nu even een kribbe in elkaar timmeren!”. En fluitend nam de kersverse vader de hamer ter hand. 

Welaan, wie ooit bevallen is, weet dat de kraamvisite vaak sneller op de stoep staat dan je lief is en dat was in die tijd niet anders. Kort na de geboorte werd het al snel een drukte van jewelste, want een hele club engelen had vanuit de lucht alles al gesignaleerd en ik hoef u natuurlijk niet te vertellen dat engelen nogal graag kletsen, bij voorkeur in koor. Zo kon het gebeuren dat er op die decemberavond al snel heel wat herderlijke kraamvisite bij de stal samendromde en weldra vulde de sterrenhemel zich met gelach, gezang en de geur van wierook en andere verboden middelen. Bovendien hadden die exotische mannen zelf ook nog allerlei kraamkadootjes en lekkernijen meegenomen, dus naar verluidt werd het eigenlijk nog best een gezellige avond, die dan ook tot op heden door velen nog elk jaar rond deze tijd wordt herdacht.

En wat die volksregistratie betreft: het schijnt er niet meer van gekomen te zijn, of in elk geval is daarvan nimmer meer wat vernomen. De baby groeide voortvarend op tot een jongeman met een zekere uitstraling en een flink sociaal netwerk. Hij had een eigen mening, maar sprak met iedereen. Het schijnt dat hij naastenliefde, tolerantie en respect voor zijn medemens nastreefde. Helaas had de overheid in die tijd heel andere belangen (iets wat wij ons nu nauwelijks meer kunnen voorstellen) want met naastenliefde verdien je geen geld en voor je het weet kost die flauwekul je de macht. Hij werd dus gemakshalve genegeerd en neergezet als een hinderlijke lastpost. De keizer vertelde de mensen dat de jongeman verschrikkelijk gevaarlijk was en velen geloofden dat klakkeloos, want wat de keizer zei was immers altijd waar. Nou ja, er waren wel wat mensen die daar anders over dachten, maar daar kon je kort over zijn: die waren daaps. Kom op zeg, een mens had tegenwoordig echt wel wat anders aan zijn hoofd. 

Gelukkig voor de keizer was het in die tijd niet zo moeilijk om iemand voor een tribunaal te sleuren als hij verdraagzaamheid predikte of mensen probeerde te helpen, ook weer zoiets wat in onze beschaafde tijd natuurlijk niet meer denkbaar is. Voor wie even met een zak zilverlingen rammelde was een verrader zo gevonden, en zo kon het gebeuren dat deze vriendelijke jongeman fluks veroordeeld en onschadelijk gemaakt werd en naar verluidt ging dat er niet erg zachtzinnig aan toe. Pas vele jaren later zou men gaan inzien dat dit een van de grootste miskleunen uit die tijd was. Toch heeft de goeierd vóór zijn voortijdig overlijden nog aardig wat mensen weten te inspireren en ook daarna heeft hij het concept ‘nieuw leven’’ op een heel originele en wonderlijke manier vormgegeven. Nee, je kunt van alles van hem vinden, maar hij had zo zijn principes en liet zich daar niet van af brengen.  

Een echte doorzetter was het. Daar mogen we best een voorbeeld aan nemen. 

Blogdo©. 

Dankwoord

Lieve mensen, 

De rechtszaak van 19 oktober jongstleden heeft enorm veel aandacht gekregen. Dat gaat nog even door maar leidde al heel snel tot een werkelijk ongekende tsunami van steun uit binnen-en buitenland.

Graag wil ik mijn grote dank uitspreken voor de overrompelende hoeveelheid reacties die ik heb gekregen. Ze waren zonder uitzondering positief, en dat is toch wel uniek in deze tijd waarin een ‘verkeerde’ mening vaak al heel snel een stempel krijgt.

Aanvankelijk dacht ik alles gewoon in stilte te laten verlopen, maar het liep een beetje anders. Uiteindelijk is dat ook beter, want enorm veel mensen blijken zich gesterkt en zelfs geïnspireerd te voelen. 

De onophoudelijke stroom kaarten met vaak warme, lieve steunende en ontroerende teksten heeft me enorm geraakt. Het zijn er zoveel dat het helaas onmogelijk is om eenieder persoonlijk te bedanken. Die massale waardering draag ik graag op aan de dappere dokters, apothekers en medewerkers die samen met mij pal bleven staan voor de Wet van de Medemenselijkheid. De meesten moeten de gang naar de rechter binnenkort gaan maken.

Helaas heb ik geen toegang meer tot LinkedIn en niet iedereen leest mijn blogs. Daarom stel ik het erg op prijs als je dit bericht wilt delen, in de hoop dat het terecht komt bij de mensen die de moeite namen om zo massaal kaarten te sturen.

Ik kan niet genoeg benadrukken hoe zeer dit gevoeld en gewaardeerd wordt. Het geeft aan dat dit leeft en dat we moeten doorgaan. Binnenkort zal ik dan ook het vervolg beschrijven in deel 2 van het blog ‘de Wet van de Medemenselijkheid”.

Een dankbare en warme groet,

Jan Vingerhoets 

De Wet van de Medemenselijkheid – deel 1

Dit blog is het eerste van een serie. 

Naar aanleiding van de enorme aandacht die mijn rechtszaak van 19 oktober jongstleden heeft gekregen en de overweldigende en ontroerende hoeveelheid steunbetuigingen die ik daarna ontving heb ik besloten het verhaal van deze rechtszaak en de verdere gang van zaken in een serie blogs te beschrijven. Nadat ik van LinkedIn ben verwijderd omdat ik aldaar in een blog mijn zorgen uitte over de mij opgedragen taak inzake het opnieuw oproepen van mensen voor corona prikken, heb ik alleen nog dit blog om mijn visie te delen en bij te dragen aan een mooiere wereld . Het delen van dit blog met belangstellenden mag dan ook uiteraard: graag zelfs, u helpt mij hiermee.  

De inzet in deze zaak is veel principiëler dan de vraag of ivermectine nu wel of niet bewezen werkzaam is tegen COVID-9. . Het gaat hier om de vraag wat er nu eigenlijk belangrijker is: de patiënt.of de regeltjes en protocollen. Een protocol kan onmogelijk rekening houden met de gehele mens. De arts die daarmee rekening wil houden, mag (en moet in mijn visie soms zelfs) afwijken van het protocol uit compassie met de patiënt..

Ik dank iedereen die mij steunde en steunt. Ik voel mij door de vele warme reacties enorm gesteund om door te gaan.. 

Wat vooraf ging. 

Het is eind 2021 als ergens in het land een patiënt zijn recept afgeeft bij de balie van apotheker Verraeth*.  De apotheker opent het dossier en ziet dat er een Verschrikkelijke Gebeurtenis heeft plaatsgevonden: de patiënt heeft van een arts namelijk een recept gekregen voor ivermectine. Verraeth herinnert zich ineens dat de Inspectie had gezegd dat artsen die zo’n recept maken, moesten worden verklikt bij de inspecteur. Waarom, dat wist de apotheker eigenlijk zelf ook niet, ‘maar bevel is bevel’, zo was zijn enige gedachte, want waarom zou je verder nadenken als de inspectie gewoon zegt wat je moet doen? Nergens goed voor en bovendien erg vermoeiend. Glimmend van trots belt hij de Inspectie. Opgewonden vertelt hij over de geconstateerde Verschrikkelijke Gebeurtenis.  Zo begon het.

En zo ook kon het gebeuren dat enige tijd later een delegatie van de Inspectie –tadaaa!- een heuse inval deed bij een apotheek elders in het land als ware zij een eigentijdse inquisitie.

Laten we die laatste apotheek voor het gemak even Apotheek de Hoop noemen. De heer de Hoop was een dappere collega van apotheker Verraeth. De Hoop had namelijk het lef gehad om ivermectine aan patiënten te leveren en dat was natuurlijk meer dan verschrikkelijk, want oké,, dat was dan wel een veilig middel, maar het mocht niet. Waarom niet? Nou ja, gewoon, omdat het verboden was natuurlijk. Verder wist de inquisiteur het ook allemaal niet, jeetje, zeg, doe niet zo moeilijk. Gewoon, bevel is bevel en dat geldt natuurlijk voor iedereen die geen gedoe wil. 

De dappere apotheker werd verplicht om de recepten te overhandigen met daarop de namen van de artsen en ziedaar: de inspectie had een bende zware criminelen in het vizier. De jacht was geopend.

De zaak

Op woensdag 19 oktober vond de rechtszaak plaats waarbij ik mij heb verdedigd tegen het opleggen van een boete door de Inspectie. Deze boete van 3000 euro was mij opgelegd omdat ik aan een aantal patiënten met COVID-19 ivermectine heb voorgeschreven. Een verslag hierover op de onafhankelijke journalistieke site Indepen.nl werd massaal gedeeld en leidde tot vele honderden reacties van over de gehele wereld: het leeft kennelijk enorm. Maar waar gaat het eigenlijk allemaal over? 

Kort gezegd luidt de aanklacht dat ik ivermectine heb ingezet voor een indicatie waarvoor het niet officieel is geregistreerd. Dat heet off-label voorschrijven en dat heb ik inderdaad gedaan. Off label voorschrijven is zeer gangbaar en vindt dagelijks plaats. Vrijwel iedere praktiserend arts doet het en vaak gaat het daarbij om middelen die minder veilig zijn dan ivermectine. Het gebeurt al vele jaren, het gebeurt vrijwel dagelijks en iedereen weet dat. Ook de inspectie. Nooit heeft iemand de inspectie er op kunnen betrappen dat zij zich daar zorgen om maakte. Nog nooit is er een boete voor gegeven, zelfs geen waarschuwing.

Toch vaardigde de inspectie in 2021 plots een waarschuwing uit aan artsen: als je ivermectine voorschrijft voor COVID-19 dan kun je tot wel 150.000 euro boete krijgen. Anderhalve ton. Ja, men maakte het zelfs nog bonter: de inspectie riep apothekers zelfs op om artsen aan te geven die ivermectine-recepten uitschreven. Je leest het goed: de IGJ riep hulpverleners op om artsen die hun patiënten willen helpen te verraden. Ik wist werkelijk niet wat ik hoorde. Was dit Noord-Korea? De oude DDR? Was dit Nederland in haar donkerste tijden?

Het gekke is: off-label voorschrijven is wettelijk gewoon toegestaan, als je maar voldoet aan een aantal voorwaarden: je moet de patiënt goed informeren over het feit dat het gebruik off-label is, je moet overleggen met een groep collega’s en met een apotheker, er moet een protocol voor zijn en je moet nagaan hoe de behandeling verloopt. Dat alles heb ik gedaan. 

Met een speciaal daarvoor gevormde groep artsen gebruikten wij protocollen opgesteld door een internationale groep experts uit Amerika. In goed overleg hadden wij die samen met een apotheker aangepast aan de Nederlandse situatie. 

De inspectie echter stelt dat die groep collega’s volgens de wet geen beroepsgroep is. Maar: in de wet staat helemaal niet beschreven wat dan wel onder een beroepsgroep wordt verstaan. In de Dikke van Dale staat het wel: een groep mensen met hetzelfde of een aanverwant beroep. We bestonden uit artsen en apothekers.

De inspectie stelt ook dat de protocollen niet geldig zijn. In een tijd waarin artsen de wereld over reizen om van elkaars ervaringen te leren en er nota bene een mondiaal probleem is, mogen wij kennelijk onze patiënten niet laten profiteren van ervaringen die elders in de wereld zijn opgedaan. We hebben een protocol uit ons eigen kikkerlandje en daar moet de arts zich als een robot aan houden.

Toch heeft de Hoge Raad in 2021 een interessante uitspraak gedaan: in een specifieke situatie moet de arts altijd een eigen professionele afweging maken. En: daarbij mag hij, ja moet hij soms van de protocollen afwijken als dat in het belang van de patiënt is 3. Kort gezegd: de patiënt gaat boven het protocol. En dat is precies het principe dat ik in deze gevallen gehanteerd heb. Een principe dat de IGJ kennelijk nog niet helemaal heeft begrepen. 

De misdaad

Het gekke is: off-label voorschrijven is wettelijk gewoon toegestaan, als je maar voldoet aan een aantal voorwaarden: je moet de patiënt goed informeren over het feit dat het gebruik off-label is, je moet overleggen met een groep collega’s en met een apotheker, er moet een protocol voor zijn en je moet nagaan hoe de behandeling verloopt. Dat alles heb ik gedaan. 

Wat er gebeurd is, is dat ik (en met mij een groep van een kleine 20 andere artsen) in een klein aantal gevallen ivermectine heb voorgeschreven. Dat gebeurde in alle gevallen op verzoek van de patiënt zelf. Veel mensen wilden bijvoorbeeld per se niet opgenomen worden, bijvoorbeeld omdat ze niet in isolatie en zonder hun naasten verpleegd wilden worden. De meeste patiënten herstelden spontaan, maar sommigen werden zieker. Enkelen lieten zich toch opnemen, anderen weigerden. En een aantal  daarvan had het gevoel dat ivermectine  hun redding kon zijn. 

Aan deze patiënten heb ik open en eerlijk uitgelegd dat dit middel officieel niet geregistreerd was voor deze indicatie. Dat er discussie is over het effect. Maar ook dat het een heel veilig middel is. Mensen die niet opknapten heb ik in een aantal gevallen, na hen voorgelicht te hebben én na overleg met collega’s en een apotheker, volgens ons schema behandeld.

Juli 2022. Op de deurmat tref ik een brief aan van de inspectie. Ze hebben een overtreding geconstateerd en gaan er meteen vol in. Geen waarschuwing maar meteen een boete. Als bijlage tref ik een stapel papieren in met heel veel vragen. Was het recept inderdaad van u? Was het inderdaad voor COVID-19 voorgeschreven? U wist toch zeker wel dat daar boetes op stonden? Temidden van de tientallen vragen was er echter één vraag die niet gesteld werd terwijl die, wat mij betreft, de belangrijkste vraag van allemaal had moeten zijn. En dat was de vraag: “Hoe is het nu eigenlijk met uw patiënten?”. Ze waren allemaal genezen. Maar dat deel van het verhaal echter leek de inspectie niet te interesseren…

Een document dat hier relevant is, is de verklaring van Helsinki 1 waarin beschreven staat aan welke ethische principe artsen zich dienen te houden bij het gebruik van middelen waarvan het effect niet, of nog niet,  is bewezen. 

Hier lezen we dat de arts off-label middelen mag voorschrijven als er geen bewezen alternatief medicament voorhanden is. Laat dat nou precies hetgeen zijn wat er aan de hand was! Maar wellicht heeft de Inspectie nog nooit kennisgenomen van deze verklaring, dat zou natuurlijk heel goed kunnen.

Wat wel uit ons land komt is een uitspraak van de Hoge Raad die al in 2017 bepaalde dat de arts altijd een persoonlijke afweging moet maken die in het belang van de patiënt is en (nu komt het) daarbij mag hij, ja moet hij soms van de protocollen afwijken als dat hij dat in die specifieke situatie in het belang van de patiënt acht 2. Kijk, dat is nou eens klare taal. Ik zou dat kort samenvatten als: de patiënt gaat boven het protocol. En dat is wederom precies het principe dat ik gehanteerd heb – en ook dat heeft de IGJ kennelijk nog niet helemaal begrepen. We kunnen dus veilig vaststellen dat er daar op die burelen nog wel wat verbeterpuntjes zijn blijven liggen. 

Mijn advocaat vertelde me dat ik ervoor kon kiezen om de boete te betalen. Dan was het klaar. Het alternatief was: bezwaar maken en naar de rechter gaan. Ik hoefde niet na te denken en koos voor het laatste. Want ik had naar mijn volstrekte overtuiging niets misdaan. 

Integendeel: ik had naar eer en geweten gehandeld, had de wet waar mogelijk gevolgd en daar waar ik die in strijd achtte met mijn plicht als arts, koos ik voor mijn professionele plicht. Ik had zieke mensen die niet naar het ziekenhuis wilden en ivermectine als hun redding zagen, op hun uitdrukkelijk verzoek geholpen. De vraag of ivermectine bewezen werkzaam was en of ik dat ook vond, was daarbij een stuk minder interessant:  daar gaat deze kwestie dan ook helemaal niet over. Belangrijker was voor mij de vraag of ik hiermee de patiënt onevenredig zou kunnen schaden, want dat raakt aan een basisprincipe van ons handelen. Het antwoord wist ik eigenlijk al: ivermectine is een van de meest veilige middelen die we kennen. Die eigenschap werd zelfs met name genoemd toen de ontdekker ervan in 2015 de Nobelprijs voor geneeskunde werd toegekend. Ik checkte het nog met een apotheker en met een expert op dit gebied, een voormalig hoofdmedewerker van nota bene het Lareb. Hij gaf me gelijk. 

Een week of wat geleden begon de IGJ met haar campagne. Triomfantelijk meldde ze in haar persbericht dat 16 artsen beboet werden voor het voorschrijven van verboden geneesmiddelen. Het bericht suggereerde dat we hier te maken hadden met een stel gevaarlijke warhoofden die slonzig in elkaar gedraaide verboden pillen verkocht aan nietsvermoedende patiënten. Desinformatie van overheidswege – en niet voor het eerst.

Want de waarheid was dat wij, op basis van op de Nederlandse situatie aangepaste internationale protocollen, in overleg met een groep artsen, in overleg met een apotheker, officieel toegelaten geneesmiddelen voorschreven aan patiënten die daar zelf om verzochten en die dit verzoek herhaalden nadat ze door ons uitgebreid schriftelijk waren geïnformeerd, ook over het off-label karakter bij deze indicatie. Bovendien deed ik dat pro deo: van geen enkele patiënt is ook maar enige  betaling of andere tegenprestatie gevraagd of ontvangen.

De visie

Vaak horen we van critic dat we die recepten niet hadden moeten schrijven. We wisten toch dat het niet mocht? Sommigen laten ons weten dat ze zich er eens goed in verdiept hebben en concluderen dat ivermectine niet helpt. Maar wie zo redeneert, mist de de essentie en begrijpt niet waar het hier echt om gaat.  Het gaat namelijk niet om het dispuut of ivermectine nou wel of niet helpt. Onderzoeken lopen nog dus dat weet ik namelijk ook niet met zekerheid. 

Wie in de boeken duikt en vervolgens concludeert dat het medicijn weinig doet op COVID-19, baseert zich op de ratio, op bibliotheekwijsheid en evidence. Dat is een belangrijk onderdeel. Maar het wel een onderdeel. En mij gaat het om de gehele mens.

Ook ik ben ook opgeleid met ‘evidence based medicine’, de stroming die streeft naar ‘geneeskunde op basis van wetenschappelijk bewijs’. Waar mogelijk pas ik behandelingen toe waarvan het effect en de veiligheid vast staan. Dat ons dat in de geneeskunde vaker niet dan wel lukt, is voor veel dokters lastig toe te geven. Er zijn echter moderne en originele denkers die stellen dat we hierin doorschieten. Professor Mattias Desmet, psycholoog en statisticus, houdt zich bezig met effectiviteit van onderzoek en stelt dat we de wetenschap zodanig hebben omarmd dat ze het debat verstikt 3. Het is niet de bedoeling dat u er kennis van neemt: ook zijn visies worden heftig gecensureerd.

Hoogleraar wiskunde en statistiek Ronald Meester, een expert die onderzoek doet op het gebied van wiskunde en levensbeschouwing,  wetenschapper pur sang, waagde het om enkele heilige huisjes ter discussie te stellen in zijn lezenswaardige boek  ‘Wetenschap als nieuwe religie’. Stof die schuurt voor wie graag vasthoudt aan wat er is, interessant voor wie het lef en de vrijheid van denken heeft om verder te kijken en zo tot breder inzicht te komen 4.  

Deze wetenschappers raken een belangrijk punt. De puur wetenschappelijke manier van benaderen is in onze maatschappij heilig verklaard, maar heeft ook beperkingen. Want er is meer tussen arts en patiënt. En dat laatste ervaar je meer en meer als je vele jaren gewerkt hebt en vele duizenden patiënten hebt behandeld. Zelf ben ik meer een man van het directe contact, meer voor de spreekkamer en het ziekbed dan voor de bibliotheek. En dan kun je een situatie tegenkomen zoals deze.

Een oudere patiënte krijgt corona. Ik zie haar niet vaak en ken haar al langer als een eigenzinnige en daarom ook interessante dame die niets moet hebben van zorg en pillen. Terwijl  ik op de rand van haar bed zit, legt ze haar hand op mijn arm en vraagt ze me om te beloven dat ze hoe dan ook niet naar het ziekenhuis hoeft. Ik vertel haar dat ik niet kan beloven dat ik dat nooit zal voorstellen, maar ze uiteindelijk altijd zelf beslist en dat ik een weloverwogen beslissing zal respecteren.

Als ze in de dagen erna zieker wordt praten we hier uitgebreid over, maar ze blijft bij haar standpunt. Ze is nog niet toe aan opname, maar we zien dat punt wel naderen. Dan komt de dochter met de vraag of moeder niet een kans mag krijgen om met ivermectine behandeld te worden. Ze heeft gehoord dat dat zou kunnen helpen, al is er discussie over. Wat heeft ze te verliezen? Moeder blijft stellig: ze gaat niet naar het ziekenhuis. Dan gaat ze nog liever thuis in haar eigen bed dood. En ik weet dat het menens is: deze vrouw weet wat ze wil en blijft daarbij. 

We spreken uitgebreid over het middel. Ik vertel haar eerlijk dat ook ik niet zeker weet of het werkt. Dat het off-label is en de inspectie er ineens erg moeilijk over doet, al kan ik medisch gezien niet uitleggen waarom. Maar moeder wil echt onder geen beding naar het ziekenhuis. De dochter is er van overtuigd dat haar moeder met ivermectine geholpen zou kunnen worden en smeekt me bijna om haar die kans te geven. Ik weet dat de dochter, als deze dame zou overlijden, altijd het gevoel zal hebben dat haar moeders dood voorkomen had kunnen worden. Of dat waar is, is op dat moment niet meer belangrijk: ik ga het gewoon niet laten gebeuren en regel het recept.  

Dit zijn situaties uit de praktijk. Ze roepen de vraag op wat er nu belangrijker is: het protocol en de regeltjes, zoals de IGJ bepleit,  of de mens achter de patiënt? Voor mij is het helder. Ik probeer mij aan de regels te houden als het kan, maar zal daar van afwijken als dat in het belang van de patiënt moet. Hierbij voel ik me gesteund door voornoemde uitspraak van de Hoge Raad.

Tegen de collega´s die zeggen dat ze diep in de literatuur gedoken zijn en daarna geconcludeerd hebben dat het effect van ivermectine  onbewezen is zeg ik: je hebt niet begrepen waar het om gaat. Wat hier gebeurt leer je niet als je medicijnen studeert. Hier gaat het om geneeskunde, maar eigenlijk zelfs over de overtreffende trap ervan. En dat is geneeskunst. Het is het afwegen van alle belangen van de patiënt, van de hele mens, met zijn of haar verleden, omgeving, angsten, overtuigingen, hoop, geloof, met een eigen karakter en persoonlijkheid. Als je dat gaat zien, dan wordt het contact mooi, dan ontstaat er emotie,  je gaat mee- en invoelen. Er groeit verbinding met de mens die daar naast mij in bed ligt, iets dat in de buurt komt van een echt en oprécht geven om de ander. Daar, gezeten naast de zieke, aan de rand van dat bed, wint neemt het begrip ‘naast-en-liefde’ met overmacht van het regeltjes-fetisjisme van de inspectie

En weet je: dan is het effect maar niet bewezen, ook goed. Want als ik dan de opluchting zie bij de patiënt en haar dochter, dan is er voor mij namelijk iets veel mooiers bewezen. Dan zie ik dat ik betekenis heb gehad voor deze kwetsbare mens, op een cruciaal moment, dat voor haar zo wezenlijk is. Deze mens, die zich in al haar kwetsbaarheid  overgeleverd voelde aan mijn beslissing. Die (terecht of onterecht, maar dat doet op dat moment helemaal niet meer ter zake!) in elk geval het gevoel had dat de laatste kans op redding afhing van de vraag of ik wilde meewerken. Dan voel ik een diepe overtuiging dat dit goed was. En dan is het misschien niet ‘evidence based’ en mag een inspecteur vanachter zijn bureau vinden dat ik de wet overtreden heb: het zij zo, want dan kies ik even voor mijn hoogste wet: de Wet van de Medemenselijkheid. Dat is de enige manier waarop evidence based medicine voor mij kan werken.

Misschien moesten we er maar eens eens een flinke scheut ‘human based medicine’ doorheen gooien. Want geloof me, daar worden niet alleen wij, maar ook onze patiënten pas écht beter van.  

Blogdo©

        * de namen in deze column zijn gefingeerd

  1. https://www.youtube.com/watch?v=sQNJ8XV4NpQ
  2. Prof. dr. R. Meester: Wetenschap als nieuwe religie. Hoe Corona de spirituele schaarste in onze samenleving blootlegde. Ten Have uitgevers, EAN 9789025910884
  3. Rechtbank Midden-Nederland over het off-label gebruik van geneesmiddelen. 20 mei 2021, ECLI:NL:RBNE:2021:2302, in r.o. 3.8

Schrijversvreugd

(Dit artikel is geschreven voor en verschenen in het vierde nummer van het tijdschrift We Are Pioneers, een tijdschrift dat een positieve kijk op de coronacrisis biedt)

Het is zomer in Brabant en dus oogsttijd. De gewassen rijpen in de warme streling van de zon, boontjes en courgettes barsten uit hun vel alsof ze onheil voorzien en nog één keer hun best willen doen in wat wellicht een van de laatste oogstseizoenen ooit zal blijken. 

Ook corona-technisch is het komkommertijd. Maar als columnist hoeft dat het plezier in het schrijven natuurlijk geenszins in de weg te zitten, want voor wie er lol in heeft komt er altijd wel iets voorbij dat de moeite waard is om de pen voor in de inkt te dopen. Want schrijven is soms nodig, vaak nuttig maar altijd leuk om te doen. 

In feite is het net als knutselen. In een vorig leven woonde ik in Zweden, waar ik kennis maakte met het fenomeen ‘snickarglädje’, een oergezellig woord dat ik zou vertalen als ‘timmermansvreugd’. Het refereert aan de fijne houtbewerkingen die je vaak aantreft aan de gevels van traditionele Zweedse huizen. Passender had ik het woord niet kunnen bedenken, want al wegdromend zie je die jolige timmerman al voor je, vrolijk fluitend in de weer met beiteltjes en gutsjes, onderwijl schalkse blikken werpend op de mooie blonde schonen die met lentebloemetjes in het blijmoedig opgestoken haar knöterig rondom het midzomerkruis dansen. 

Maar goed, dat geknutsel is niet echt voor mij weggelegd. Met enige afgunst kijk ik naar de klusser die urenlang de werkplaats in duikt en wondertjes verricht met hamers, spijkers en schroeven. Zelf kom ik doorgaans weinig verder dan het vervangen van een lamp. Bij Ikea-meubels blijkt doorgaans dat ik ofwel links en rechts, ofwel voor- en achterkant verwisseld heb, een ontdekking die zich meestal pas openbaart rond het moment dat ik met voortijdige trots het laatste schroefje wil indraaien. Mijn vrouw heeft, wijs geworden na jaren van aanvankelijk ongeloof, de gewoonte ontwikkeld om de resultaten van mijn fröbelwerk eerst te prijzen, om vervolgens voorzichtig te vertellen dat het opgehangen kastje eigenlijk andersom, aan een andere muur of in een andere kamer had moeten hangen. De empathie waarmee dergelijke slecht nieuws-gesprekken plaatsvinden zijn subtiele getuigen van eindeloos geduld en onvoorwaardelijke liefde. 

Kortom: zolang ik mag kiezen neem ik liever de pen dan de hamer ter hand en schaaf ik liever aan teksten dan aan een hardhouten plank. Dat heeft naast het beperken van de materiële schade nog allerlei andere voordelen, zoals het feit dat je nog eens even kunt nadenken over wat je aan het papier toevertrouwt en kunt schuiven met punten, komma’s en ander interpunctueel kleinood. Want waar bij het knutselen de afvalcontainer zich snel vult met de restanten van mislukte pogingen, kun je bij het schrijven volstaan met de delete-knop en dat ziet er bij eenzelfde aantal miskleunen toch net een stuk opgeruimder uit. Maar het grootste voordeel van schrijven is toch wel de schier eindeloze reeks onderwerpen die zich aandient en daarbij is het echt niet allemaal kommer en kwel. Integendeel: voor de schrijver die er oog voor heeft vallen er ook in deze tijden met regelmaat leuke dingen te ontdekken. In Zweden zouden we dat ‘skrivarglädje’ noemen. En opvallend genoeg zijn het vooral onze bestuurders die al geruime tijd met regelmaat een brede glimlach op mijn gezicht teweeg weten te brengen en voor veel schrijversvreugd zorgen.

In het begin van de coronatijd was daar bijvoorbeeld  de discussie over de beroepsgroepen die nog mochten doorwerken: de zogenaamde essentiële beroepen. Politici hadden in hun wijsheid besloten dat brandweerlieden en artsen tot de essentiële beroepen hoorden, naast prostituees en, natuurlijk, de tandenfee. Dat laatste was een in mijn ogen zeer terechte vaststelling. In die tijd hield ons ministerie zich nog ook nog bezig met de manier waarop men virus-proof  een voetbalwedstrijd kon bekijken en had ons ambtenarenapparaat het druk met de opkomst van een exotische mier, genaamd het Mexicaans wiebelkontje. Een groter plezier kun je een columnist natuurlijk niet doen, en deze onderwerpen waren dan ook stuk voor stuk goed voor een column vol schrijversvreugd.

En dat gaat maar door. Zo las ik onlangs dat de premier van Spanje een effectieve oplossing had bedacht voor de mondiale energiecrisis. De remedie was even simpel als geniaal: een nationale stropdasloze dag!  Door die stropdas weg te laten kon het bovenste knoopje van de blouse immers open en de de airco een stuk lager. Briljant, natuurlijk. Dat we nou daar zelf niet op gekomen waren! Het is een oplossing die het energieverbruik drastisch zal verminderen en vermoedelijk in haar kielzog meteen ook het stikstofprobleem van tafel haalt, zodat we en passant Remkes kunnen ontslaan. Misschien moeten we met zijn allen dat wurgende stukje textiel, geweven uit je reinste stikstof, fluks gaan vervangen door een boerenzakdoek, want die dingen geven een stuk meer lucht. 

Wie op zoek is naar berichten waarbij triestheid en humor om voorrang vechten, wordt door de internationale politiek op zijn wenken bediend. Zo is de regering in China, het land van de oude wijsheden, in haar streven naar zero tolerance voortvarend aan de slag gegaan om de complete vangst van haar vissersvloot te testen op corona. Elke schol, krab en oester moet voortaan een coronatest ondergaan op straffe van een onmiddellijke repatriëring naar zee, want besmettingsgevaar en veiligheid. Gelukkig zijn er Chinezen genoeg om bij elke gevangen garnaal een PCR stokje in de neus te wriemelen: better safe than sorry. Persoonlijk zou ik het liefst nog wat grondiger aanpakken en elk risico vermijden: gewoon de hele oceaan een paar weken in lockdown. En omdat we hier steeds meer op China gaan lijken vermoed ik dat minister Kuijpers binnenkort de noodwet gaat aanpassen: de Peking eend zal dan voortaan alleen nog geserveerd mogen worden compleet met geverifieerde QR code en met de stok nog in de snavel. 

Soms droom ik ervan dat politici zich alleen nog bezig zouden houden met de noodzaak van stropdassen en een wiebelkontjesplaag. Het zou ons land een stuk leefbaarder maken. Ik zie eigenlijk maar één nadeel: het zou me een hoop schrijversvreugde kosten.


Blogdo©

Meld je aan om niets te missen

Mijn blogs verschijnen voorlopig nog op Linked in maar worden steeds sneller verwijderd. Wil je op de hoogte blijven als er nieuwe blogs verschijnen en ze hier teruglezen? Meld je dan aan en ik zorg dat je een bericht krijgt. 

©  Blogdoc.nl