De eerste frustraties

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 1

De eerste 2 dagen in het ziekenhuis, of wat daarvoor moet doorgaan,  zitten er op. En die waren confronterend. Ik ben er heen gestuurd met het advies `prepare for frustration` –  en het was niets teveel gezegd. Er is tekort aan werkelijk alles en meer dan dat en die tekorten zijn uitermate fundamenteel. 

Om 7 uur begint de vergadering van de artsen. Een Amerikaanse arts zet uiteen  hoe levensbedreigende infecties (sepsis) in de VS behandeld worden Deze man redeneert vanuit een Westers perspectief: zijn verhaal is geheel gebaseerd op goed uitgeruste afdelingen en mist daardoor elke aansluiting met de situatie in dit derde wereld- ziekenhuis. Het is bijna beledigend voor de mensen die hier vast werken, in dit ziekenhuisje waar je al blij mag zijn als er water uit de kraan komt, zoals ik diezelfde middag nog zal ervaren.  Het is niet de eerste keer dat ik het gevoel krijg dat we te veel met een Westerse bril naar de situatie hier kijken.

Na de vergadering ga ik naar de kinderafdeling. Een grote hal met een centrale receptie. Rondom liggen de zieke patiëntjes  per 4 in kleine kamertjes. De deuren moeten open voor frisse lucht, om zo het risico op tbc te beperken. De uiterst armoedige bedjes hebben verroeste ijzeren spijlen en vieze matrassen. Dekens zijn er vaak niet, veel kinderen liggen onder oude handdoeken.  

De ronde begint bij een uitgedroogde baby van 6 maanden met tuberculose. Moeder blijkt psychiatrisch patiënt, althans dat leiden we af uit haar medicatie; medische gegevens zijn er niet. Ze heeft haar kindje de medicijnen tegen tuberculose niet gegeven en ook de voeding is er kennelijk bij ingeschoten. Het uitgedroogde kind drinkt alsof haar leven er van af hing -wat ook zo was. Moeder krijgt basale adviezen: geef het kind niet liggend maar zittend te drinken. Geef het elke 3 uur te drinken. Geef de medicatie volgens schema, anders wordt het niet beter. Het kind mag over enkele dagen naar huis, maar dat het daar mis zal gaan weet je bijna tevoren, dus de social worker moet daar ondersteuning bieden. Maar helaas, die is er niet. 

Een ander kind is al vanaf de geboorte, 4 maanden geleden, geel en groeit niet.  De buik wordt dikker een er onstaan problemen met de ontlasting. We denken aan een aangeboren afwijking in de galwegen. Een echo zou duidelijkheid geven. Maar helaas, dat kan pas over een maand. En zo is er, 15 kinderen lang, heel veel helaas hier. Prepare for frustration, het dringt zich steeds op en galmt na.

In de middag doen we poli. Ik loop naar de betreffende afdeling via een binnenplaats waar het vuilnis zich opstapelt. Vrouwen zitten in kleurige kleding aan tafeltjes in de zon, als zaten ze in een park. Via een kapotte deur loop ik de poli in. Plaats van handeling is een groezelige ruimte met afbladderende verf op de muren en overal vochtplekken. Electriciteitsdraden en verbindingsdozen hangen in een wirwar van losse kabels uit gaten in het plafond, Een drietal bedden met vlekkerig matrassen staat naast elkaar, enkele totaal los hangende gordijnen doen een wanhopige maar vruchteloze poging om een indruk van privacy te geven: je kijkt er langs, door- en overheen. Een openstaande deur geeft toegang tot de emergency-room, waar je je over en door een stapel dozen moet worstelen om bij de behandeltafel te geraken. Enkele mannen, het blijken steeds weer andere, zitten achter een geïmproviseerde tafel: hier worden patiënten handmatig in een groot boek ingeschreven. In een kamertje ligt een verpleegster met het hoofd op het bureau. Een sterk vermagerde patiënt ligt te kreunen op een bed, het is niet duidelijk wie zich om hem bekommert.

Een vrouw komt voor een algemeen onderzoek en meldt terloops dat ze sinds haar 20e al tevergeefs probeert om zwanger te worden. Ze is 43 jaar oud.

Haar man heeft een 2e vrouw die 3 kinderen heeft. We ontdekken dat ze een enorme bloedarmoede heeft. Ze zou een bloedtransfusie moeten hebben, maar ook hier geldt het helaas, want er is geen bloed. We trekken alle lades open, want wat er op staat zit er doorgaans in elk geval niet in. zoeken naar ampullen met ijzeroplossing en als we die gevonden hebben bereiden we haar voor op een infuus.

Maar hier houdt de improvisatie niet op. Voor het prikken van een infuus is een stuwbandje nodig om de vaten op te laten komen. Ze zitten in elke dokterstas. Zo niet hier: het ziekenhuis heeft helaas geen stuwband. Ik  bind twee latex handschoenen aan elkaar en frutsel iets wat voor stuwband moet doorgaan. Geen gezeur, want het werkt, en even later druppelt het infuus in. Mevrouw moet 2 uur blijven liggen en mag dan naar huis. Volgende week moet ze zich melden ivm de kinderwens. Ik vrees, nee ik weet eigenlijk al, wat ze te horen gaat krijgen. Helaas….

Even later meldt zich een 40 jarige man met heftige hartkloppingen. Zijn hartslag loopt op tot 240 per minuut en hij is doodop. Het ECG is van dermate slechte kwaliteit dat we blijven dubben over 4 mogelijke diagnoses. Uitprinten lukt niet, en er is natuurlijk geen cardioloog voor overleg.  We proberen wat maatregelen waarmee de hartslag naar 170 zakt. De medicamenten die we nodig hebben om hem te behandelen zijn niet aanwezig en de alternatieven te riskant omdat het ECG te onduidelijk is. De man moet naar een veraf gelegen ziekenhuis, maar na 3 telefoontjes naar verschillende ziekenhuizen hebben we even zoveel keer te horen gekregen dat er geen bed is. Niemand accepteert hem. Uiteindelijk laten we een van de bobo’s van het ziekenhuisje bellen en die krijgt het er toch door. De man wordt, na anderhalf uur van uitputtende ritmestoornissen eindelijk elders opgenomen. Ik hoop dat dat een verbetering betekent, maar zeker is dat allerminst. 

Blogdo©