Huisarts in Hluvukani

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 2

Ondertussen ben ik er wel achter dat het werken in dit ziekenhuis heel anders is dan ik gedacht had. Hier is het niet mogelijk om je kennis en ervaring als huisarts in Nederland, ook al is die in tientallen jaren opgebouwd, zomaar nuttig in te zetten. Er heerst chaos en onkunde, gebrek en gemis aan alles. Ik ben nog in de verkennende fase. De volgende missie is het Primary Care Centre van Hluvukani  in de naburige procincie Mpulalanga. Een centrum dat vanaf de weg wordt aangekondigd met een bord met daarbij de toch niet helemaal geruststellende titel ´Animal Health Center’. Daar gaan we weer, denk ik bij mezelf. 

Bij de entree blijkt het toch echt om een gezondheidscentrum te gaan. Voor mensen, wel te verstaan. Het lage witte gebouwtje blakert in de zon die in de loop der tijd met succes haar best heeft gedaan om de verflaag goeddeels van de stenen te verwijderen. De deuren staan open en in de gang zijn lange banken gevuld met mannen en vrouwen. Ik ben de enige blanke. Aan de muur hangen posters waarop in beeldtaal (veel mensen zijn analfabeet) staat uitgelegd hoe je je handen moet wassen en waarom dat eigenlijk moet. De informatie kan hier niet basaal genoeg zijn. Er hangen ook posters en brieven met geschreven tekst, die zo onleesbaar is dat ik me eigenlijk zelf ook analfabeet voel. 

IMG-20200129-WA0000

Ik maak kennis met een groot aantal nurses met de meest fantasierijke namen: Pretty, Sunshine, Beauty en Wonderful zijn er maar enkele van. De zusters hebben ook namen in de lokale taal, maar die zijn niet uit te spreken laat staan te memoreren. 

Er wordt een kamer voor me ontruimd (wat er op neer komt dat stapels dozen en dossiermappen van de onderzoeksbank naar de vloer verhuizen) en ik kan starten. Een computer is er niet, maar ook in het ziekenhuis ben ik geen enkele werkende computer tegengekomen. dus dat verbaast me al niet meer. Ik zie een aantal patienten met problemen variërend van verhoogde bloeddruk tot stemmingsproblemen. Regelmatig moet ik de hulp inroepen van een zuster omdat de patiënt geen Engels spreek en alleen in de lokale variant van het Zulu kan spreken. Plotseling verschijnt nurse Pretty in de deuropening. Er is een spoedgeval, of ik snel kan komen kijken. 

Het blijkt te gaan om een jongeman die in een rolstoel wordt binnengebracht door een vrouw van wie ik vermoed dat zijn moeder is. Hij blijkt niet meer bij kennis en hangt half uit zijn stoel. De moeder kan niet aangeven wat er aan de hand is, maar al snel ontdekken we dat hij diabetes heeft, insuline gebruikt maar daar enkele dagen geleden mee is gestopt. Daarna werd hij alsmaar zieker, ging braken en raakte buiten bewustzijn. Ik denk aan een forse ontregeling van de suikers in het bloed, wat een levensbedreigende situatie kan geven en wil daarom als eerste het suikergehalte in zijn bloed meten. Het zoeken naar een glucosemeter kost wat tijd en die heb ik niet. Zuster Pretty zoekt mee, ze denkt niet dat er een meter is. Ondertussen brengen we een infuus in.  We hebben geluk: er wordt ergens een meter gevonden en we prikken wat bloed. Helaas blijkt de meter defect en kunnen we het bloed niet onderzoeken. Maar er is weinig twijfel over de diagnose en omdat die levensbedreigend is, gaan we hem in elk geval als zodanig behandelen. Hij zal insuline moeten hebben, en wel zo snel mogelijk. De jongen draait met zijn ogen en wordt onrustig. Ik krijg even contact als ik hem aanspreek en ik probeer hem gerust te stellen, vertel hem dat we hem gaan beter maken. Ik betwijfel of hij iets meekrijgt van wat ik zeg. Hij zal opgenomen moeten worden in het ziekenhuis, maar dat gaat allemaal niet snel hier, en ik wil het wel snel. Eerste prioriteit is nu de insuline. Ik geef aan dat ik een snelwerkende insuline wil hebben, maar die informatie wordt niet goed begrepen. Insuline, als het maar insuline is – ik begin mijn eisen al bij te stellen. Uiteindelijk komt Pretty met een ampul insuline met een onbekende naam. Aan de hand van de bijsluiter komt ik er achter dat het hier gaat om een combinatie van snel- en langzaam werkende insuline. Prima dan, hier doen we het mee. We spuiten een flinke dosis in zijn infuus. Maar daar moet ook kalium bij. Een derde zoektocht, na die naar de glucosemeter en de insuline, blijft vruchteloos. Er is geen ampul kalium voorradig. De ambulance is gebeld, en Pretty laat me opgetogen weten dat die nog heeft toegezegd om te komen ook. Dat blijkt geen vanzelfsprekendheid: vaak weigert de ambulance om te rijden. Wat ook nog blijkt voor te komen is dat het ziekenhuis de patiënt niet accepteert en dan rijdt de ambulance ook niet. Of het ziekenhuis zegt de patiënt te accepteren maar weigert de patiënt alsnog: alle variaties zijn denkbaar. Het blijft dus even afwachten, maar tot dusver lijkt het dus allemaal volgens plan te verlopen.

Ik roep de volgende patiënte op en breek mijn tong over haar naam. Een diepzwarte vrouw komt met me mee. Ze gaat schuin tegenover me zitten, omdat haar hoofd in een dwangstand staat als gevolg van forse littekens in haar hals die zich over haar borst en buik tot aan haar liezen blijken uit te strekken. Ze bevestigt dat het om brandwonden gaat, jaren geleden opgelopen toen een paraffinelamp haar hut in lichterlaaie zette. Het mag een wonder heten dat ze het overleefd heeft, maar de prijs is duidelijk hoog geweest.  Nog voor ik goed en wel aan haar verhaal toe kom, dient zich het volgende spoedgeval aan. Een meisje van 19 heeft koorts en hoofdpijn. In deze contreien is malaria dan diagnose nummer 1, maar zij vertoont toch tekenen van hersenvliesontsteking. We geven ook haar een infuus en trekken een groot aantal ampullen op. En terwijl ik die in haar infuusslang spuit realiseer ik me dat ik nu 2 patiënten heb voor een ambulance. Beiden zijn levensgevaarlijk ziek en moeten direct vervoerd worden. Moet ik nu gaan kiezen tussen de levens van deze twee jonge mensen? Ineens voel ik intenser dan ooit wat het werken in deze omstandigheden zo heftig maakt. Geen organisatie, geen middelen en je moet je patiënten misschien wel gewoon onder je handen laten doodgaan. Zo kan het dus zijn, zo is het in grote delen van de wereld. 

Het duurt nog ongeveer 3 kwartier voor de ambulance opdoemt. Zij hebben zowaar een glucosemeter en we controleren alsnog het bloedsuiker van de jongeman. Het is onmeetbaar hoog, de diagnose is hiermee wat mij betreft wel bevestigd, want verder komen we hier niet. Ik overleg met het personeel van de ambulance dat ik echt vind dat allebei de patienten mee moeten en inspecteer de auto. Er kan een patiënt in liggen en er is nog een bank. Daar moet de jongeman dan maar op liggen. De bijrijder van de ambulance moet hem daar dan maar even op zien te  houden en voorkomen dat hij omvalt door het gehobbel van stenen en gaten in de weg. Het lukt, en even later zijn beiden onderweg. Ik moet even bijkomen. Morgen in het ziekenhuis ga ik kijken hoe het met ze gaat. 

Blogdo©