Tuinieren in het township

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 21

Terwijl de golvende vingers van de oceaan het zachte blanke zand ritmisch strelen en enkele dolfijnen speels dartelen met de surfende jeugd van Llandudno, maken we ons op voor een bezoek aan Linda, de vroegere hulp van Saskia in Kaapse tijden. Ze heeft altijd, al die tientallen jaren, contact met haar en haar kinderen gehouden. We vertrekken naar Imizamo Yethu, het township waar ze een houten tuinhuisje bewoont dat Sakia bij haar vertrek naar Nederland, meer dan 20 jaar geleden, voor haar gekocht heeft. Onderweg passeren we kapitale villa’s, waar de rijke Kaapstedelingen zich hebben verschanst in gouden bubbels, ommuurd met betonnen vestingwallen, scherppuntige staketsels en venijnige rollen prikkeldraad. Op elk huis waarschuwt een bord voor camera’s, gewapende bewaking en dodelijk elektrisch schrikdraad. De rijkdom wordt duur betaald: dit is de keerzijde van de Kaapse pracht. 

Linda haalt ons op aan de rand van het township en neemt ons mee naar haar woning. Saskia wordt meermalen aangesproken: ze blijft na al die jaren kennelijk een bekende verschijning in dit township. We lopen door steegjes zo nauw dat er amper een enkele voetganger door kan, passeren stinkende hopen vuilnis en bouwvallige hutjes waarin bewoners trachten een kleine nering op te bouwen. Iemand biedt diensten aan als kapper, een ander verkoopt varkensoren en andere lekkernijen op de anderhalve vierkante meter van zijn openlucht-slagerijtje. De klandizie valt vooralsnog tegen: de belangstelling voor zijn koopwaar komt voornamelijk van een zwerm vliegen. 

Linda’s woninkje bestaat uit een kamer van 10 vierkante meter, waaraan later provisorisch met golfplaat en wat planken nog een keukentje is aangebouwd. Enkele jaren geleden is de vloer na waterschade weggerot en ingezakt. De gaten in de vloerbedekking openbaren de geschiedenis van de reparatie die kennelijk letterlijk met de nodige hobbels gepaard ging. We brengen wat lekkers voor haar mee. Zittend op het bed en de doorgezakte bank worden herinneringen opgehaald. Voor de deur staat een halfvergane plastic teil met daarin een tomatenplantje. “Mijn tuin”, licht ze met gepaste trots toe haar voor het township unieke bezit toe. Haar droom is om ooit enkele van die bakken te hebben waarin ze sla of spinazie zou kunnen verbouwen. Maar een teil, potgrond en zaden zijn kostbare luxeproducten, alleen bereikbaar voor de happy few, en daar horen de bewoners van het township nu eenmaal niet bij. Maar daar is wat aan te doen. 

Het tuincentrum ligt aan de rand van de stad. We zorgen dat Linda wat teiltjes kan aanschaffen, twee dagen later werken we ons boodschappenlijstje af en tuffen we door het township, de auto volgeladen met zakken potgrond en een voorraad planten: spinazie, wortel, ui en ander veelbelovende groene lekkernijen van het wensenlijstje. Omdat Linda de telefoon niet opneemt rijden we op de bonnefooi diep het township in, een actie die niet is aan te raden voor de beginnende of wat bevreesd aangelegde automobilist gezien de ruim aanwezige hindernissen zoals nauwe steevast geblokkeerde steegjes, geparkeerde autowrakken, wezenloos voor zich uit starende benevelde wijkbewoners en het ontbreken van enige vorm van verkeersregels. We parkeren zo dicht mogelijk bij het huisje en laden onze vracht uit de auto, deze tussendoor nauwgezet afsluitend wegens de kans op inbraak, die voor auto’s van blanken die zich hier in het hart van het township wagen rond de honderd procent ligt. Als we bij Linda’s huisje arriveren, krijgen we in de gaten waarom ze onbereikbaar was. Buiten staan enkele lege teilen, binnen ligt Linda. Ze is laveloos. 

En  als de eerste toch wat verwijtende gedachten opkomen, proberen we deze meteen ook weer te nuanceren en te relativeren. Dit immers is de realiteit van het township: de leegte van het leven, het gebrek aan perspectief, de onveiligheid en de armoede. Het is hun realiteit, elke dag opnieuw. De wens om er aan te ontsnappen is maar al te begrijpelijk, de fles nooit ver weg en het oordeel al te gemakkelijk. We installeren de ingrediënten voor de moestuin en vertrekken. Als Linda weer nuchter is, kan ze aan het tuinieren slaan. 

We rijden terug naar onze gulden bubbel, want het is tijd voor een frisse duik in het zwembad. En een goed glas wijn.

Blogdo©