The Big Five

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 17

De sexwerkers doen hun werk vaak uit pure noodzaak, en de ingrediënten daarvan bestaan doorgaans uit armoede en gebrek aan mogelijkheden, lees: aan educatie. Deze dames werken aan de rafelranden van de dorpjes op afgelegen plekken diep in het binnenland. Doorgaans hebben ze geen geld of tijd om de kliniek te bezoeken, een trip die niet alleen een reis van een dag vergt, maar ook de opbrengst daarvan. 

Plaats van handeling is vandaag een soort industrieterrein. Onderweg passeren we het uitgebrande karkas van een auto, waar kennelijk niemand van op kijkt. Enkele medewerkers zitten ons al op te wachten naast een grote doos waarvan het opschrift een grote hoeveelheid condooms belooft. Er kan weer volop uitgedeeld worden. 

Als de eerste dames uit de doelgroep zich melden en giechelend in mijn richting smiespelen maak ik een praatje met een van hen. “I am waiting for you”,  zegt ze lachend, waarbij ze het laatste woord beklemtoont. Ik vat het op als de standaard openingszin van een dame uit deze branche en lach het weg, op dat moment nog niet beseffend hoe serieus ze het meent.

Het blijkt dat de vrouwen geïnformeerd zijn dat er vandaag een arts mee komt, en wie wat andere of ernstiger klachten heeft, ziet nu haar kans schoon. 

We raken aan de praat. Belangstellend informeer ik bij de dames naar de kosten voor de dienstverlening. Ze kijken daar niet van op, wat natuurlijk ook logisch is, want wie voornemens is om diensten af te nemen, vraagt doorgaans vooraf om een offerte. En al ben ik hier niet voor de inkoop van wat dan ook, ik ben wel geïnteresseerd in het echte leven van deze mensen.

Het tarief blijkt rond de 7 euro te liggen maar, zo wordt mij op geruststellende toon verzekerd, het is onderhandelbaar. Ook dat nog, denk ik, stomverbaasd over de absurd lage prijs, wat vooral een beschamend symbool vormt voor het gebrek aan respect dat deze vrouwen ten deel valt. Extra opties in de dienstverlening zijn doorgaans ongelimiteerd tegen meerprijs leverbaar. Zonder condoom zijn de verdiensten bijvoorbeeld een paar kwartjes hoger, maar dan kun je er aan het eind van een lange vermoeiende werkdag natuurlijk wel zeker van zijn dat je met HIV, hepatitis, genitale wratten, harde sjanker of een druiper naar huis gaat: de Big Five van de sexwerkers, zal ik maar zeggen. 

De dame vertelt dat ze hier woont. Ik reageer verrast, want als ik om me heen kijk zie ik behoudens een stapel afval in de verte alleen een kaal terrein: het geheel imponeert nou niet direct als een Vinexwijk. Ze vraagt of ik haar huisje wil zien en uiteraard wil ik dat. 

Ngotsomi neemt me mee. Als we het terrein oversteken lopen we in de richting van wat ik in het eerste voorbijgaan had aangezien voor een vuilnisbelt, maar wat bij nadere beschouwing toch een woonwijkje blijkt, zij het van het type township, een soort lint van optrekjes. Je zou het uit respect liever woninkjes willen noemen, maar dat zou een volstrekt vertekend beeld geven, want dit is hooguit één trapje boven het niveau van kartonnen dozen. We gaan het township in. Ik vermoed dat de bewoners wel gewend zijn dat deze jongedame verschillende mannen meeneemt naar haar woning, maar dat interesseert me verder niet zoveel. Mogelijk ook concluderen zij dat een blanke man met een T-shirt van Hlokomela een ander doel heeft dan de meeste van haar andere gasten. 

De meeste van de huisjes bestaan uit een samenraapsel van planken, karton en wat plastic. Her en der zie ik verroeste stukken ijzer en beschadigde stukken golfplaat. Verspreid in wat moet doorgaan voor een straat zitten enkele mensen bij elkaar op krukjes en stoeltjes en kijken me apathisch aan. Ik weet niet of het slim is om hier in je eentje doorheen te kuieren, maar in gezelschap van de lokale dame van plezier die bij iedereen bekend is geloof ik dat het wel kan. 

Als ik haar verblijf binnenkom heb ik moeite om mijn ontzetting te verbergen. Het is  meer dan dramatisch, ronduit troosteloos. Geen enkel mens zou in zo´n verzameling afval mogen leven. Golfplaat, karton, stukken plastic en enkele houten balken, bijeengehouden met electriciteitsdraad en wat ijzerbindsel vormen haar thuis, met een totale oppervlak van zo’n 1,5 bij 2 meter. Een smal bed neemt ruim de helft van de begane grond in beslag. Wonen en werken vinden hier plaats op minder dan vier vierkante meter. Behalve een scheefhangende vergeelde kalender van een vervlogen jaar ontbreekt elke decoratie. Als een jongetje voorbij loopt met een emmer water realiseer ik me dat er in deze regio alleen op dinsdag en donderdag water uit de kraan komt. Maar dan moet je natuurlijk wel ergens een kraan hebben. In deze woning, waar ze ook nog haar klanten ontvangt, ontbreekt elke vorm van sanitaire voorziening.

Verbazing en verontwaardiging strijden om voorrang en vermengen zich tot compassie. Ik probeer iets positiefs te zeggen over haar verblijf, maar omdat me werkelijk niets te binnen schiet, zeg ik haar dat ik haar bewonder omdat ze weet overeind te blijven in deze moeilijke omstandigheden. Ze kijkt me even onderzoekend aan, kennelijk niet gewend aan een opbouwende opmerking, maar als ze begrijpt dat ik het meen pakt ze een map met papieren van onder haar bed vandaan. Ze vertelt dat ze probeert te overleven door te schrijven wat ze heeft meegemaakt. Deze verhalen zou ze met de wereld willen delen. Het is lastig vertelt ze, want haar ogen zijn slecht na een mishandeling enkele jaren geleden. Ik kijk de papieren door. Het zijn A4 tjes, handbeschreven in een voor mij onbegrijpelijke lokale taal. Daarna toont ze met met trots een boekje met zelfgeschreven gebeden in het Engels, waarin ze God vraagt om een baan te vinden. Ik lees het aandachtig door, het maakt indruk. Ik vertel haar dat ik enorm veel respect voor haar heb. En dat meen ik. Ze is zichtbaar geraakt. Terwijl ik  een arm om haar zweterige schouder leg vraag ik me af of iemand haar wel eens liefdevol in de armen neemt, gewoon maar eens een gemeende knuffel geeft, streelt of zelfs maar iets aardigs tegen haar zegt. En terwijl ik dit bedenk, met mijn arm om de schouder van dit beschadigde, o zo kwetsbare schepsel, voelt mijn machteloze hand op haar schouder een litteken, hard, hobbelig en knoestig als haar leven. 

Er is in zoveel opzichten een grote afstand tussen ons, maar we zijn allebei mensen, met hoop en met dromen. Het gevoel dat we elkaar ook heel nabij zijn dringt zich nadrukkelijk op. 

Daar zitten we dan samen, de dokter en de hoer, op de rand van haar bed, en we lezen haar gebeden. En net als gisteren, uitstrijkjes makend in de bar achter een reclamebord voor bier, besef ik in wat voor bizar avontuur ik beland ben, maar vooral besef ik hoe overweldigend, complex en mooi deze ervaring is. Misschien is dit wel waar het leven over gaat. Ik heb veel meer tijd nodig om de betekenis van dit moment volledig tot me door te laten dringen.

Even kan ik niets zeggen. 

IMG_20200217_140142

Blogdo©