Sex in the bush

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 15

De tocht naar de plekken waar de sexwerkers hun werkterrein hebben is gepland om 9 uur. Ruim op tijd arriveer ik bij het kliniekje van Hlokomela. Het bakkie, zoals de auto met laadbak hier heet, wordt volgestouwd met dozen vol materialen, koelboxen met medicijnen, een complete onderzoekbank – nou ja, gewoon met alles wat een mens normaliter zoal nodig heeft als hij sexwerkers gaat onderzoeken in de jungle. 

IMG_20200211_091244

Geheel volgens Afrikaanse traditie vertrekken we anderhalf uur na het geplande tijdstip. Het is een lange rit naar de eerste stop in Magoebaskloof, een ruig gebied waar de bergen als statige grote puisten uit het groenbeboste landschap oprijzen. De versteende lijnen, rimpels in de verweerde huid van de oude reuzen, vertellen het verhaal van hun geboorte en het verloop van hun geschiedenis als de groeiringen van een oude baobab. Langs de weg staan wilde pruimenbomen. Ze hebben hun takken, zwaar van het overrijpe fruit, wijd uitgespreid in een wanhopig gebaar, smekend om verlost te worden van hun voedzame last. Een groep bavianen doet welwillend, zij het niet geheel belangeloos, zijn best om de nood te lenigen en doet zich tegoed aan de sappige oogst. 

Onze eerste bestemming blijkt een gehuchtje ergens in het bos, ons werkterrein een vervallen café. Naast de ingang  zit een zwijgende groep jongeren temidden van een penetrante marihuanalucht, in een stil conclaaf verenigd met als enige gezelschap elkaar en een aantal grote driekwart liter bierflessen. Ik maak kennis om de sfeer te peilen, want dit is natuurlijk wel de rosse buurt van het bos: als blonde blanke trek je hier natuurlijk onvermijdelijk de aandacht. Ze zijn goed gemutst, maar ik begrijp van een nurse dat dat in de loop van de dag anders kan worden, als het bier haar werk gedaan heeft en het geld op is. Tegen die tijd is deze uithoek verworden tot een no-go area, waar de hoertjes en de stoneddronken mannen de mores bepalen en een kapotte bierfles ineens een geducht wapen is. Maar zover is het nog niet, het is ochtend en schijnbaar hoopvol wordt de dag met muziek en dans tegemoet gezien. 

We inspecteren het donkere café, waar een zurige lucht van alcohol zich vermengt met die van marihuana en de enige verlichting bestaat uit de grote kieren tussen de op rondhouten balken rustende golfplaten van het dak. Een stuk of zes stukken gevouwen karton steunen een poot van het biljart in een dappere waterpaspoging. Perfectie bestaat hier niet: ongeveer is immers ook goed. 

Via een getralied luik in de muur is er zicht op de drankvoorraad, bestaande uit enkele tegen de muur gestapelde bierkratten. Erboven een loshangend affiche dat uitbundig verzekert dat Lion bier garant staat voor avontuur. Als ik kijk naar de groep jongeren kan ik deze claim vooralsnog niet ondubbelzinnig bevestigen. 

In een open ruimte van het café stellen we de meegesjouwde onderzoekbank op. Hier gaan we de dames onderzoeken. De ruimte heeft geen deuren en omdat we vermoeden dat de belangstelling van de jongeren bij de ingang zich mogelijk zou kunnen gaan verleggen van bier en joints naar onze activiteiten met de dames, proberen we met de schaarse materialen die voorhanden zijn iets van privacy te creëren.  

Uiteindelijk hebben we onze provisorische poli opgebouwd: de onderzoekbank, een tafeltje voor het opstellen van specula, spullen voor bloedonderzoek, een doos medicijnen net groot genoeg om het gat in de tafel aan het oog te onttrekken. Ik had niet gedacht ooit dit soort uitstrijkjes te zullen doen bij prostituees in de outbacks van Afrika, in een vervallen café en met een coca-cola reclamebord als enige bescherming voor de nieuwsgierige blikken van halfdronken jongeren. Dit is het echte werk. Als werkverlichting gebruiken we voorhoofdslampen. 

Ik voel me uitgedost als een speleoloog op expeditie als ik de eerste dame binnen roep. 

Blogdo©