Symphonia Ornithologica – de ouverture

Zuid-Afrika, de reisblogs deel 10

Temidden van alle narigheid moeten we niet uit het oog verliezen dat hier ook heel mooie dingen gebeuren, want dit is een prachtig land.

Voor het weekend arriveren we op een zeer rustig gelegen kampeerterrein in het Krugerpark met stromend water als enige voorziening. De tent op het dak van de auto is juist voor het donker opgezet als we nog even van de avondstilte genieten. Een grote uil scheert ter nadere kennismaking rakelings over onze hoofden. Nachtvlinders met lichtgevende knopjes op het hoofd cirkelen om ons heen en in de gitzwarte nacht reflecteren niet ver van ons vandaan twee katachtige ogen in het licht van onze voorhoofdslampen. Ik ben verbouwereerd dat zo’n roofdier je totaal ongemerkt op een paar meter afstand kan naderen. Maar we maken ons geen zorgen, want die beesten houden niet van felle voorhoofdslampen. Bovendien heeft de campsite een omheining, een voorziening waarin ik me geheel kan vinden gezien het feit dat ik, buiten dan die voorhoofdslamp, bij een conflict met een doorgewinterd roofdier verder weinig in de pap te brokkelen heb. Vertrouwend op die omheining nemen we daarom ontspannen de nacht in ons op.

4522066-s.jpg?1581451883
IMG_20200207_185341

Na een glas wijn in het donker klimmen we het dak van de auto op en kruipen we in de tent: morgen gaan we vroeg op pad. Het is windstil. De nacht, bang als zij is om het goudstof van het hemeldak te blazen, houdt urenlang geruisloos haar adem in. 

Enkele uren later gebeurt het. Als bij een mooie vrouw die zich geleidelijk van haar sluier ontdoet en haar schoonheid stukje bij beetje prijsgeeft wordt, aanvankelijk langzaam en weifelend, het voorhang voor het avondlijk podium weggeschoven en de dageraad begroet door het pianissimo van een onzichtbaar ensemble. 

Het is nog donker als de eerste klanken traag door de klamboe dwarrelen en voorzichtig  langs het oor fluisteren. Vanuit een onbestemde richting klinkt een zachte roep. Ik herken natuurlijk onmiddellijk de Afrikaanse zachtegaal die als vertolkster van de eerste tonen wil voorkomen dat haar publiek al te ruw gewekt wordt. Kort daarna kan de 2e stem zich niet langer beheersen en voegt haar eigen galm en ritme toe. Even lijkt het of er een pauze wordt ingelast, maar alras blijkt dat maar schijn. Integendeel: het vormt juist de opmaat voor de inzet van een derde partij en ook de vierde laat niet lang op zich wachten. Crescendo, crescendo, crescendissimo! Het enthousiasme groeit, de lucht vult zich met getjirp, gezaag, gekir en geklop, met onbekende exotische noten en tonen. 

De liefhebber herkent feilloos de klanken van de groengrijze gruttelaar, de tierelier, de Afrikaanse roodkraagboomzanger en de blauwgevlerkte vlierfluiter die allen bijdragen met hun eigen partituur. Twee spechten hakketakken ratelend over de juiste toonhoogte. Ook de klarinetvogel, de gestreepte dwarsfluiter en de groengejaste bospieper mengen zich vol enthousiasme in het gekrakeel. 

Flitterende krassende geluiden vermengen zich met tikkende, klikkende en tokkende tonen tot nieuwe nooit gehoorde klanken en het hele bos wordt aangestoken door de dagelijkse première van het ochtendorkest. 

Pas daarna verschijnt de dageraad ten tonele, eerst nog wat weifelend en schoorvoetend, maar al snel wordt zij zelfverzekerder en indringender. Tot slot, terwijl zij het laatste stukje van de sluier optilt, schrijdt de ochtend plechtig de kwijnende nacht binnen, gedragen op het ritme van een meerstemmig welkom. 

En zo ontwaken wij, met een glimlach van verwondering. Hoe mooi immers klinkt de ouverture van een nieuwe dag in Afrika. 

Blogdo©