Consult in Zulu, handleiding voor dummies: eerste deel

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 8

Het OPD of Open Patiënt Department is een soort inloopspreekuur waar iedere ochtend tientallen mensen op af komen. Ze registreren zich en  halen hun dossier op – voor zover dat er is. Doorgaans heeft dat dossier overigens bar weinig om het lijf: vaak is het niet meer dan een blanco A4-tje met daarop een naam in onleesbare letters. Over de medische voorgeschiedenis weet je meestal niets, behalve als ze HIV of TB hebben, want dat is altijd de allereerste vraag. Als je geluk hebt staat de medicatie vermeld en als er nog wat extra gegevens zijn ben je helemaal spekkoper. Meestal echter moet je het met minder doen.

Het begint niet onaardig: van iedereen die zich registreert en zijn dossier heeft opgehaald  worden de zogenaamde “vitals” geregistreerd, dwz de bloeddruk, temperatuur, pols en bloedsuiker. Eens de patiënt met het dossier heeft plaatsgenomen in deze tb-corridor begint de ellende en ontpopt de gang van zaken zich vooral als een schoolvoorbeeld van inefficiëntie. De patienten gaan in een lange gang zitten die binnen een mum van tijd aan twee kanten helemaal uitpuilt van de wachtenden. Langs die gang zijn er links en rechts allerlei deuren naar de spreekkamers. De muren daarvan zijn 2 meter hoog, maar het gebouw zelf meet minstens 4 meter, dus de bovenkant is open. Er is geen geluidsisolatie, wat men wegens het altijd drukke gepraat vermoedelijk als een overbodige kostenpost heeft gekwalificeerd. Ook staan de deuren van de spreekkamer doorgaans open, voor frisse lucht met met het oog op TBC. Overigens lijkt dat laatste een vrij zinloze maatregel als je bedenkt dat deze mensen soms uren letterlijk tegen elkaar aan opeengepakt zitten in een bedompte gang. Wie daar een paar uur gezeten heeft mag er, zeker met een door HIV gemankeerd afweersysteem, van uit gaan dat hij na afloop alsnog een pakketje tuberkelbacillen mee naar huis neemt. 

IMG_20200210_121636

Ik roep mijn eerste patiënt van de ochtend binnen. De namen in het Zulu, Tshanga en Sotho zijn niet uit te spreken en dat ondervind ik dan ook met enige regelmaat. Aanvankelijk had ik dat niet in de gaten. Op de naam die ik roep wordt niet gereageerd. ‘Die is dan zeker niet komen opdagen’ concludeer ik in mijn aanvankelijke naïviteit. Maar nadat ik 3 patienten heb opgeroepen en er ook drie keer niemand reageerde begon ik toch te vermoeden dat er iets niet in de haak was. De wachtenden hebben dat inmiddels ook door, of zijn dit gewend, dat zou ook heel goed kunnen, want plotseling schieten de schaarse patiënten die van mijn gestuntel kennelijk toch nog enige chocola hebben kunnen maken, mij te hulp en alras beginnen enkele mensen de namen mee te roepen. Eerst een, dan twee en vervolgens roepen 5, 6 mensen dezelfde naam. Ik meen er zelfs even een ritmische klank in te herkennen. Even komt het in me op dat er als vanzelf  een soort gospel-achtige samenzang gaat ontstaan en in mijn fantasie zie ik even later de patienten op het ritme van de welluidende namen spontaan uitbarsten in een onbedwingbaar heupwiegen en dansen, zie ik hoe de somber zwijgende groep zieken en kreupelen geleidelijk overgaat in een tomeloos deinende zingende massa die met opzwepend Zulu-gezang de zwoele lucht vult; het gezang en geheupwieg zou zo aanstekelijk en enthousiasmerend zijn dat het personeel op de belendende Emergency afdeling zich in het gedruis zou mengen, wild zwaaiend met infuuszakken aan een slang als waren het guirlandes bij een Zuidamerikaans carnaval, en verder zou het gaan, verder, steeds verder, over naar de gangen van de verloskunde waar moeders met zwangere buiken biltrillende dansen opvoeren, naar de operatiekamer, de nurses die zwaaiend met hun steriele mutsjes de zaal uit swingen, in hun vuur alle wachtenden buiten opzwepend totdat uiteindelijk iedereen meedoet en heel Tintswalo is verworden tot een zinderende, deinende, kolkende massa van vrolijkheid. 

Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat daar geen tuberkelbacterie tegen opgewassen zou zijn, want dat zijn volgens mij niet van die feestneuzen en ik denk dat die gemene rotbacillen massaal door de open ramen en deuren het hazenpad zouden kiezen. Het zou ongetwijfeld een uiterst heilzame uitwerking hebben op vele van de andere kwalen en euvelen die de aanwezigen plagen en vermoedelijk zouden de resultaten in veel gevallen bovendien wel eens een stuk beter kunnen zijn dan die van een bezoek aan dit ziekenhuis. Maar juist voordat het zover komt, juist voordat de eerste danspas gezet wordt, staat de gelukkige op en volgt mij naar de spreekkamer. Jammer.

Blogdo©