Verzakking

Rampen komen zelden alleen, en soms is de ene nog niet voorbij of de volgende dient zich al aan en ook nu dreigt dit te gaan gebeuren. Dat gebeurt sluipend, onzichtbaar en ondergronds. Want terwijl het coronavirus een ravage aanricht op menselijk, economisch en sociaal vlak en iedereen zich focust op de bestrijding en preventie ervan, is de volgende catastrofe alweer in aantocht. Onhoorbaar dreigend marcheert zij door ons land. Biologen ontdekten het beestje al meer dan 30 jaar geleden, maar vergisten zich in de soort. Beleidsmakers debatteren druk over de beste aanpak, maar wentelen zich vast in regels en procedures zodat er per saldo niets gebeurt. En niemand die het in de gaten heeft, want deze dreiging zit letterlijk al vele jaren onder de oppervlakte. 

U raadt het al, ik heb het hier over Tapinoma nigerrimum, een Zuid-Europese mier. En niet over zomaar een: nee, het gaat hier over niemand minder dan het mediterraan draaigatje. En dat is me er eentje.

Eind jaren ‘80 gebeurt het: enkele van deze vileine beestjes verstoppen zich – o geniep!-  in bakken met tuinaarde en potgrond en reizen dan als verstekeling met vrachtschepen vanuit het zuiden onze kant op.  De eerste der draaigaten komen aan land. In het holst van de nacht, want zich bewust van hun status als personae non gratae, rennen zij de kade op, en verstoppen zich als stadsguerilla’s onder stenen en tegels. Ze vermommen en gedragen zich achteloos als gewone mieren en weten aldus op slinkse wijze  door de identiteitscontrole der grensbiologen te komen. Eenmaal goed en wel het land binnen marcheren de eerste troepen vastberaden ‘en colonne’ het land in en beginnen het dan stiekem, heel geleidelijk aan, van onderop te ondermijnen – en dat doen zij nog steeds, zij het nu in groten getale. 

De geleedpotige loedertjes zijn inmiddels al tientallen jaren een ongeziene gast in ons land en de laatste berichten melden op alarmerende toon dat het aantal kolonies inmiddels is verdubbeld tot maar liefst 18 – zegge achttien- stuks! Hoogste tijd dus om gezamenlijk in actie te komen tegen die vermaledijde beestjes. Want deze ondiertjes kunnen flink bijten en maken er bovendien een potje van door stoepen, straten en tegels te ondermijnen waardoor Nederland een grote verzakking krijgt en daar zitten we in deze tijd al helemaal niet op te wachten. 

Dat bestrijden valt in de praktijk nog niet zo mee, want ze werken heel goed samen en daar kunnen wij eigenlijk best wel wat van leren. “Ga tot de mieren en word wijs”, adviseert de Bijbel ons in Spreuken 6:6, en dat idee is zo gek nog niet. Zo wordt de verantwoordelijkheid voor de voortplanting onder deze miertjes verdeeld over meerdere dames, die de mannetjes in verleiding brengen met frivole draaikonterij, hen aldus verleidend tot een zodanige vrijzinnigheid en losbandigheid dat deze hen, verblind door lust en begeerte, behandelen als koninginnen die vervolgens als moeders van de kolonie fungeren. Een soort polygamie die wij inmiddels al tijden als obsoleet beschouwen maar daar is in elk geval vanuit mierenperspectief  echt wel wat voor te zeggen. Misschien zijn wij bij nadere beschouwing in de loop der jaren toch wat al te puriteins geworden. Het maakt je in elk geval heel wat minder kwetsbaar en bovendien is het ook nog eens een stuk gezelliger, dus misschien moeten wij daar ook eens wat minder star in zijn en er de Heilige Schrift nog eens op naslaan en wellicht kunnen wij daar nog eens met zijn allen een nationaal debatje over houden, of wellicht een referendum.  

Ook  de onderlinge samenwerking van die rakkertjes blijkt voorbeeldig: iedereen werkt zich het schompes en niemand loopt de kantjes er van af. Een groot deel van de mieren is buiten het nest op zoek naar voedsel en, eenmaal weer thuis gearriveerd, wordt dit keurig verdeeld onder de gehele mierenfamilie. Niks hamsteren. Kom daar bij ons maar eens om in deze barre tijden. 

En zo krijgen ze toch maar mooi heel wat voor elkaar en terwijl wij druk doende zijn ons te focussen op die rottige virussen, breiden die vliesvleugeligen zich gestaag uit, verspreiden ze zich over de de lage landen en doen die onderkruipseltjes met hun gedraai en gegraaf hun best om die nog verder te verlagen. 

Dat moet nu eens voor eens en voor altijd afgelopen zijn met dat gemier. We moeten ons beter voorbereiden op de rampen die komen gaan. Terwijl die beestjes met hun linies ongestoord het ganse land doorkruisen, wordt er op ambtelijk niveau al jaren gesteggeld over de beste aanpak. Iedereen belijdt lippendienst aan de bestrijding, maar verschuilt zich ondertussen achter regels en verordeningen met als gevolg dat er niets gebeurt. Het moet nu maar eens klaar zijn. Laat Nederland niet zakken! 

Blogdo©