Het sprookje van de dokter en de koning – deel 1

Een vertelling voor en vanuit zorg

Dit blog is een reactie op het viraal gaan van een van mijn eerste posts op Linked In .

Als mensen zich niet meer vrij voelen om hun mening te geven, dan raakt dat iets in mij. Maar ik zie wel dat het massaal gebeurt. De regering wil dat artsen kritiekloos het gewenste refrein herhalen. Dwarsdenkers, in de geschiedenis vaak de motor van vooruitgang, worden niet getolereerd. Zorgmedewerkers worden geacht de officiële leer te verkondigen: wie kritische vragen durft te stellen wordt genadeloos aangevallen of zelfs ontslagen. Maar moeten we onze patiënten dan sprookjes gaan vertellen? 

Welnu, laat ik het eens proberen….

Het sprookje van de dokter en de koning.

Er was eens, lang geleden, een klein, kneuterig dorpje in de polder. Er gebeurde niet veel, de mensen keuvelden wat met elkaar, dronken een biertje op een terrasje en keken naar de lama’s in de wei. In het dorpje woonde ook een dokter: mensen bezochten hem met een  steenpuist, verkoudheid of jubeltenen. Dan gaf hij soms een pilletje of een brouwsel. Vaak ook gaf hij niets – of eigenlijk:  heel veel. Dan gaf hij tijd en aandacht. Hij dacht met je mee of legde een arm om je heen, want dat mocht gewoon, hij luisterde of bood troost. 

In het land regeerde natuurlijk ook een koning. En zo kon het gebeuren dat de dokter op een dag bij de koning ontboden werd, want er was iets Heel Ergs aan de hand. Nu was de dokter heel gezagsgetrouw, dus meldde hij zich terstond bij het paleis. Hij werd ontvangen in een grote zaal waar de koning vanaf een grote troon op hem neer keek. Op zijn hoofd prijkte een grote kroon, die hij af en toe stevig vasthield, alsof hij bang was hem kwijt te raken. Naast hem zat een Raadgever. Enkele stoelen waren leeg. 

‘Dag majesteit’, sprak de dokter vol respect, want dat hoort zo bij koningen. 

‘Ha dok!’ De koning kon heel joviaal doen als hij het nuttig vond om iemand op zijn gemak te stellen. Je hebt als koning dan wel veel macht, maar je wilt verder eigenlijk ook niet al te veel gedoe.

Dok, ik heb je nodig!’ ‘Er is iets geks aan de hand. Het lijkt wel een ziekte! De mensen krijgen allemaal jeuk en rode vlekjes. Dat moet nu maar eens afgelopen zijn. Bedenk een plan!´  De stem van de koning had iets dwingends, zoals je dat wel vaker hoort bij koningen die zich eigenlijk wat onzeker voelen.

‘Tja’, sprak de dokter bedachtzaam. ‘Ik zie vaker mensen met rode vlekjes. Gelukkig trekken die bij de meeste mensen weer vanzelf weg, dus meestal stel ik hen gerust. En als ze toch zieker worden krijgen ze een pilletje of leg ik ze in de ziekenboeg. Maar ik maak ze niet al te ongerust, want meestal is dat niet nodig’. 

‘Onzin!’, sprak de koning wrevelig. Hij kon joviaal zijn, maar had een grote hekel aan tegenspraak.  ‘Ik hoor wel dat jij maar een gewone dorpsdokter bent. Geruststellen? Wat een flauwekul. Je snapt er geen sikkepit van. We moeten snel ingrijpen en dat gaan we doen ook. En ik heb een oplossing!’

De dokter keek de vorst verrast aan. Het zoeken van oplossingen kostte hem zelf altijd veel meer tijd, maar de koning was heel snel. ‘Wat goed, koning!’, sprak hij verrukt, want hij was goed van vertrouwen. De koning vervolgde opgetogen zijn verhaal.

‘De oplossing zit in… een gehaktbal voor alle mensen!’

‘Een….een gehakbal?’ stamelde de verbouwereerde dokter. Hij was even van zijn stuk gebracht. ‘’ Bedoelt u dat…’

Maar de koning luisterde niet.  ‘Alle mensen krijgen een gehaktbal. De Raadgever heeft beloofd dat alles dan weer goed komt’. 

De dokter dacht even na. De Raadgever was natuurlijk een wijs man en hijzelf maar een simpele dokter.. Maar gehaktballen? Wat een geniaal idee eigenlijk. De dokter schaamde zich een beetje. Dat hij daar nou zelf niet op gekomen was.  Maar toch… iets voelde er niet helemaal goed. Wisten we eigenlijk wel zeker dat een gehaktbal de beste oplossing was? Of de enige? En als mensen nou ziek worden van zo’n bal? Wat zit er eigenlijk allemaal in? En vooral: wat vinden de mensen eigenlijk zelf? Allerlei vragen en zorgen buitelden door zijn hoofd. Hij werd een beetje duizelig, maar herpakte zich.

‘Nou’, sprak hij. ‘Ik ben blij dat onze wijze koning een oplossing heeft. Aan de slag dan maar! 

Hij wilde weglopen, maar bedacht zich. ‘Eén vraagje nog, majesteit. Wat vindt de Raadgever er eigenlijk van?’

De koning keek naar de wijze grijsaard die naast hem zat en trok zijn wenkbrauwen op. ‘Nou?’ Het gezicht van de Raadgever kwam de dokter vaag bekend voor. Waar kende hij deze man toch van? Was hij niet de eigenaar van de grote slagerij? Maar goed, hij dwaalde af, dat deed er even niet toe. 

De Raadgever schraapte zijn keel, want dat kon toen nog gewoon, en trok zijn gewichtigste gezicht. Boven zijn stoel hing een getuigschrift van een cursus Rode Vlekjes. 

‘Ik ben het geheel met de koning eens!’, klonk het vastberaden. ‘Het is belangrijk dat we terstond beginnen met het uitdelen van gehaktballen aan de gehele bevolking, want dat is de enige oplossing.’ De dokter was onder de indruk, want het getuigschrift had heel mooie letters met grote krullen en er zat ook een zegel op. De Raadgever wist vast veel beter hoe je met rode vlekjes moest omgaan dan hijzelf. 

Toch had de dokter ook wel eens gehoord dat je altijd zelf moet blijven nadenken. Toegegeven, met wijze Raadgevers was die noodzaak er eigenlijk niet meer zo, maar toch: soms kon hij het gewoon even niet laten. 

‘En de andere Raadgevers, wat vinden die er van? Trouwens, waar zijn die eigenlijk?’ De dokter keek naar de lege stoelen naast de troon. ‘Er zijn toch altijd veel meer Raadgevers?’ 

‘De andere Raadgevers zijn er niet’, bitste de koning geïrriteerd. Ze waren wat in de war en bovendien eigenwijs. Ze zijn allemaal ontslagen.’

‘Maar koning‘,  wierp de dokter tegen. ‘Is het dan niet altijd goed om het probleem van verschillende kan….’

‘Hou je mond!’, riep de koning. Nu was hij echt boos. Hij trilde helemaal. Zijn kroon, groot en rond, met uitsteeksels erop, viel bijna van zijn hoofd maar hij hield hem krampachtig vast. Hij had de kroon nodig, want die boezemde de mensen angst in. En met angst kun je ze onder de duim houden, wist de koning. Dan slikken ze alles, ook gehaktballen. 

Even was de dokter onder de indruk. Durfde hij nog tegen te stribbelen?  Hij dacht wel van alles, maar durfde hij het wel te zeggen?. De koning duldde doorgaans geen tegenspraak. Maar ja, dokters zijn vaak een beetje eigenwijs, en hij kon het niet laten. Hij dacht aan zijn patienten, die hij goed kende. De dokter wist dat er een paar bij waren die echt niet van gehaktballen hielden. Moesten die dan toch…Hij besloot zijn angst opzij te zetten. Als hij niet voor zijn mensen op kwam, wie zou dat dan wél doen? De mensen rekenden op hem, hij mocht hen niet in de steek laten. ‘Maar majesteit, als de mensen nou écht geen gehaktbal lusten?’. 

Zo, dat was er uit. 

De koning werd witheet. Zijn stem sloeg over en trilde van woede.’Wat zeur je nou, prutsdokter!  Als ik zeg gehaktballen dan worden het gehaktballen. Of ze nou willen of niet, je duwt ze maar door hun strot, want anders komen ze de straat niet meer op. De mensen hebben voortaan niks meer te zeggen hier, daar zorg ik wel voor, basta!’ 

Op weg naar huis voelde de dokter zich een beetje somber, ja zelfs verdrietig. Hij voelde een vervelende buikpijn opkomen, zo’n buikpijn die je krijgt als er iets niet klopt. 

En de koning? Die was tevreden ‘Dat hebben we even mooi gefikst’, sprak hij tot de Raadgever. ‘Die zal voortaan precies doen wat ik zeg’. 

Maar dat zou een grote vergissing blijken. 

Blogdo©

Naschrift:

Enige tijd na het schrijven van dit sprookje ben ik tot de ontdekking gekomen dat dit slechts het eerste deel was, want het verhaal bleek verder te gaan. Niet is dan logischer dan een 2e deel dat u hier kunt lezen. Al spreek ik bij het ter scherme gaan van dit deel de oprechte hoop uit dat er geen derde nodig zal zijn…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.