Consult in Zulu, handleiding voor dummies: tweede deel

Zuid-Afrika, de reisblogs – deel 9

Goed, je hebt nu je eerste hindernis genomen en  je patiënt binnen. 

Wat dan volgt is het ritueel van het begroeten. Je vraagt altijd eerst hoe iemand het maakt en het antwoord staat ook al vast: ‘fine!’.  ‘Great’ mag trouwens ook. Je zou denken dat het consult daarmee eigenlijk ten einde is, want als het zo goed gaat dan moet je hier vooral heel snel wegwezen. Maar kennelijk moet het antwoord in de meeste gevallen niet al te letterlijk worden genomen. 

Een gewone hand geven zoals wij gewend zijn leidt al snel tot een onhandig gestuntel, want de Zulugroet vergt wat meer hand-acrobatiek. Dat gaat zo: je geeft elkaar een hand en pakt dan in een vloeiende beweging elkaars duimen vast, waarna je vervolgens het omgekeerde doet, en elkaar weer een hand geeft. En ben nou niet zo stom om dat bij het afscheid weer te doen, want dat is natuurlijk helemaal niet de bedoeling. Het is even wennen, maar inmiddels ben ik er heel goed in geworden. Je leert van alles hier. 

Dan begint het gesprek, meestal met het voorstellen in de trant van “Hi, I am doctor Jan, a medical volunteer from Holland. What can I do for you?”. Vanaf dit moment zijn er globaal gesproken twee opties. Optie A: de patiënt vertelt in het Engels wat er aan de hand is. Prima. Optie B is dat de patiënt je niet begrijpend aankijkt. Een variant hierop is dat hij in het Zulu gaat vertellen wat er allemaal zoal speelt. Bij de beide varianten van optie B ben ik reddeloos verloren. Er zijn enkele verpleegkundigen die als tolk kunnen fungeren, maar die zijn, zo al aanwezig, in het beste geval elders bezig wat betekent dat je daar weer op moet gaan wachten en bovendien ben je niet de enige die een tolk nodig heeft. De meest pragmatische oplossing is dan ook om opnieuw de hulp van het publiek in te roepen. Je gaat dus terug naar de gang waar iedereen nog altijd zit te wachten en vraagt of iemand Engels spreekt. Dat werkt: er staat altijd iemand op die even gaat tolken. 

Uiteindelijk ben je zover dat je weet wat de klacht is en die verder wilt onderzoeken. In veel gevallen is bloedonderzoek nodig. Daar ligt de volgende uitdaging, en dat is bepaald niet de minste, want het is een levensgevaarlijke missie.  Voor het doen van bloedonderzoek zijn enkele materialen nodig. Ik memoreer: handschoenen. Handschoenen! Atijd als eerste handschoenen, want iedereen heeft HIV tot het tegendeel bewezen is. Dan een stuwband (niet aanwezig in het gehele ziekenhuis, dus nogmaals een paar latex handschoenen om er een mee te improviseren), een spuit en naald (nooit aanwezig in het daarvoor bestemde bakje in je spreekkamer, maar met wat speurwerk doorgaans wel te vinden) en ontsmettingsmateriaal. Verder moet je een blok met lab formulieren zien te scoren. Daarvan circuleert er welgeteld één op de gehele OPD en wie hem eenmaal te pakken heeft, bewaakt deze met zijn leven en geeft hem niet meer af. Als je slim bent scheur je dus enkele vellen af en verstop je die in je jas, bij de spuiten, naalden, ontsmettingsgaasjes en andere in deze jungle  onmisbare hebbedingetjes. 

Je bindt vervolgens 2 handschoenen aan elkaar om die vervolgens als stuwband om de bovenarm van de patiënt te binden en doet een ander paar aan je handen. Dan steek je de naald in het bloedvat. Prik. Pas op: vanaf het moment dat je de naald in een vat gestoken hebt is deze verworden tot een potentieel dodelijk wapen en je wilt je echt niet prikken aan een vlijmscherpe naald die je net gemarineerd hebt in bloed waarin de HIV virussen zich met miljoenen tegelijk verdringen op zoek naar een volgend slachtoffer. Leuk om hier vrijwilligerswerk te doen, en van zo’n ervaring wil je zoveel mogelijk meenemen, maar het HIV virus hoort daar niet bij.  Kies de juiste kleur buisjes en steek dan de naald in de buisjes om ze te vullen. Die leg je dan neer op je bureau dat vol ligt met dossiers, papieren en de kostbaarheden die je bijeengeroofd hebt. Ze rollen alle kanten op, en je wilt ze tegenhouden, maar hebt nu nog maar één hand over, want in de andere heb je nu inmiddels een besmette naald vast. Die leg je niet ‘even’ weg, want dan is het een kwestie van tijd totdat je hem even uit het oog verliest en een prikongelukje ligt dan om de hoek. Die naald moet dus als eerste weg – en wel in een speciale naaldenbak. Natuurlijk zou die op iedere kamer moeten staan, maar wie hier logica of doelmatigheid verwacht heeft er echt niets van begrepen. Dus moet je met je naald in de aanslag een nieuwe tocht door de gangen en kamers van de OPD maken op zoek naar een naaldenbak, waarbij je je tussen de drommen patienten moet wurmen en je daarbij moet proberen om ook hen een ongenode prik te besparen. Ben je dan uiteindelijk van dat onding verlost, dan ga je terug naar de patiënt voor nog een hele rits aan administratieve handelingen. Vervolgens stop je de buisjes in een vreemd soort plastic zakje en loop je naar buiten, in de verzengende zon naar het lab elders op het terrein om daar de monsters in te leveren. Soms krijg je na enkele dagen een uitslag, maar in veel gevallen hoor je er daarna nooit meer iets van terug en blijkt deze hele kamikaze-actie voor niks te zijn geweest. 

Blogdo©