De Oplossing

Sommige politici zijn eigenlijk net virussen: onvoorspelbaar, veranderlijk, maar vooral: verraderlijk, want ze muteren voortdurend.

In de inleiding op mijn cursus Virologica beschreef ik het al: het heldere denken leek even terug van weggeweest toen premier Rutte in een zeldzaam moment van waarheidsgetrouwheid stelde dat testen zinloos is als je geen klachten hebt. Ik betrap me nog altijd op de naïeve onhebbelijkheid om te denken dat je vertrouwen kunt hebben in een uitspraak van een politicus. Datzelfde gevoel had ik toen de premier zei dat de avondklok echt de allereerste maatregel zou zijn waar een dikke streep doorheen zou gaan. De avondklok die later, nadat een lastige rechter onderuit gehaald en geschoffeerd was, zonder ook maar een zweem van kritische introspectie verlengd en wettelijk verankerd werd. Of, ook zoiets: toen Hugo de Jonge vertelde dat mondkapjes slechts schijnveiligheid bieden. Mondkapjes die later verplicht gesteld werden door diezelfde Hugo, die ondertussen al weer plechtig beloofd had dat er nooit een vaccinatieplicht zou komen. Of toen Rutte in de Toeslagenaffaire…. Ach laat ook maar, deze column mag ook weer niet al te lang worden. De boodschap is duidelijk: deze politici zijn vleesgeworden mutanten en wie ook nog maar een woord van hun uitspraken gelooft is gek: ze zijn even betrouwbaar als een mondkapje.

De donkerste krochten van immoraliteit

Mondkapjesdwang, huisarrest en vaccinverplichting: alles wat er niet zou komen werd verplicht en alles wat zou verdwijnen werd gehandhaafd. De V in de naam van de grootste regeringspartij stond ooit, in lang vervlogen tijden, voor Vrijheid. Maar ook dat bleek een leugen: inmiddels staat ze voor het tegendeel. Inmiddels sluit diezelfde partij elke avond mensen zonder vorm van proces of onderbouwing op in hun huis en worden kinderen met een snotneus onderworpen aan een uiterst onbetrouwbare test, waarna bepleit wordt om hen te injecteren met een experimenteel vaccin. Onder het mom van terugkeer naar de vrijheid tracht men ouders zo te indoctrineren dat zij zelfs hun eigen kinderen hier niet meer tegen beschermen. Langzaam dalen we aan de knekelige hand van onze politici af in de donkerste krochten van de immoraliteit en probeert men ons gelegitimeerde kindermishandeling als het nieuwe normaal te laten accepteren. Met vrijheid of volksgezondheid heeft dit alles natuurlijk niets meer te maken, met dwang en controle des te meer.

Niet zeuren

Dit kaliber politici doet hun uitspraken louter en alleen omdat het hen op dat moment goed uitkomt om iets te beweren en om geen enkele andere reden. De inhoud doet daarbij volstrekt niet ter zake. Komt het een dag later beter uit om het tegendeel te beweren dan is dat helemaal geen probleem. Zonodig wordt ook dat nog ontkend. Dit verklaart glashelder waarom de wetten van de logica niet van toepassing zijn op uitspraken van politici. Zo bekeken is dat dan eigenlijk ook wel weer vanzelfsprekend.

Dus als we straks eerst een verplichte test moeten doen voordat we een winkel of een restaurant mogen betreden, moeten we niet gaan miepen dat we geen klachten hebben en dat de gevraagde test geen zin heeft omdat Rutte dat zei. Want dat zegt niks. Net als die test trouwens. En als ze je straks  een vaccin willen inspuiten waarvan geen mens weet of het zin heeft, werkt of zelfs maar veilig is, ga dan ook niet zitten mokken dat je niet verplicht wilt worden tot een vaccin wat we eigenlijk nog een paar jaar aan het onderzoeken zijn en dat je die resultaten liever even afwacht. Of dat de Jonge beloofd had dat het niet verplicht zou worden. Niet zo zeuren: het zegt allemaal niks.

Mute

Zeíden ze maar niks, die politici.  Laatst droomde ik in een mooie droom dat Rutte en de Jonge zodanig muteerden dat ze een mute knop kregen. Daarmee zou die Haagse variant een stuk minder virulent blijken. Want in het belang des vaderlands zou ik die knop met alle plezier voor de rest van mijn leven permanent ingedrukt houden. Voor de zekerheid nog een driedubbel mondkapje er op en, hop! –  het land is uit de misère.

Blogdo©

Hoe verbeteren wij onze stemming in coronatijd?

Nu de corona-ellende inmiddels meer dan een jaar over ons uitgestort is, nu de regering er in geslaagd is om het gedrag van veel burgers met angst te sturen en we onze vrijheden langzaamaan opgeofferd zien worden,  wordt voor velen de stemming er niet beter op. Het is niet altijd even gemakkelijk om daarmee om te gaan.

In de spreekkamer kom ik het meer en meer tegen: de mensen die somber zijn, die er geen gat meer in zien. Ondernemers die hun levenswerk zien verdampen, pubers die steeds meer geïsoleerd raken of zich zelfs suïcideren. Ouders van diezelfde pubers die zich steeds machtelozer voelen. Werklozen zonder perspectief, bejaarden die hun laatste dagen in eenzaamheid slijten zonder dat zij daar zelf keuzes in mogen maken omdat normale sociale interactie inmiddels het stempel ‘levensgevaarlijk’ heeft gekregen. Veel meer dan mijn empathisch luisterend oor kan ik hen vaak niet bieden. Of toch wel? 

Meer nog dan voorheen merk ik wat de menselijke verbinding, het authentieke contact, met mensen doet. Want hoewel na zo’n consult vaak zelf het gevoel blijft hangen dat mijn bijdrage nauwelijks van waarde geweest kan zijn, hoor ik achteraf maar al te vaak, soms tot mijn eigen verbazing, dat dit door patienten heel anders wordt ervaren. 

Wat daarbij vermoedelijk helpt is dat ik een standpunt heb in het debat over Corona. Hoewel van artsen doorgaans verwacht wordt dat zij zich in allerlei situaties neutraal opstellen, zijn er uitzonderingen – althans die moeten er volgens mij zijn, en wel daar waar het belang van patienten evident geschonden wordt -ook al zien zij dat zelf niet meteen zo. Daar is het de morele plicht van de arts om uit de comfortabele cocon van de neutraliteit te stappen. Dat kan heel goed zonder in de relatie met de patiënt een mening op te dringen. Mensen kennen mijn houding:  kritisch naar buiten, maar binnen de spreekkamer altijd respectvol naar allen, ongeacht hun standpunten. Want in de spreekkamer gaat het meestal primair over iets anders. En altijd is de mens achter de mening belangrijker dan die mening zelf. En het blijkt aldus het heel goed mogelijk om verbinding te maken, ook al blijf ik een criticus van het beleid. 

Want dat beleid is natuurlijk een belangrijke oorzaak van de sombere stemming. Filosofen, economen, artsen, psychologen en psychiaters: steeds meer staan zij op en wijzen zij op de inhumane effecten van het huidige beleid. Ze zijn steeds moeilijker weg te censureren. Het begint met het volstrekte gemak en de nonchalance waarmee de regering beloftes en uitspraken deed en vervolgens niet alleen schond, maar ook weer glashard ontkende. Met de geëtaleerde minachting voor vrijheid en democratische principes en het totale gebrek aan empathie voor getroffenen zoals ondernemers, bejaarden, jongeren die in een zwart gat gekieperd werden zonder enig perspectief. Met de bijna wrede kilheid waarmee zelfs kinderen worden blootgesteld aan een zinloze testplicht. Met een beleid van uitsluiting dat voor velen horribele herinneringen oproept. 

We zouden het nog kunnen accepteren als het duidelijk zou worden uitgelegd. Maar ook dat werd ons niet gegund: de regeringspartijen stemden tégen het openbaar maken van de RIVM modellen waarop het  beleid gebaseerd is (want ondernemers mogen best uitgeknepen worden tot hun levenswerk met de grond gelijk gemaakt is, maar mogen niet weten wat daarvoor de rechtvaardiging is). 

Zij stemden tégen het onderzoeken van de nevenschade van de maatregelen (want mensen mogen best hun baan kwijt raken, noodzakelijke medische behandelingen mislopen en kinderen worden dan wel mishandeld worden, maar we brengen nu eenmaal allemaal onze offers: zolang het maar niet in kaart gebracht of bekend gemaakt wordt kraait er immers geen haan naar). Ook  stemden zij tégen het onderzoeken van sterfte  na vaccinatie (want goed, mensen mogen dan na vaccinatie sterven, maar hun nabestaanden mogen niet weten of er een verband was met die prik). En uiteraard stemden zij ook tégen het openbaar maken van belangenverstrengeling bij adviseurs van de regering (want mensen mogen best belazerd worden, maar ze mogen niet weten in wiens belang dat nu eigenlijk gebeurde) . 

Dat alles is niet goed voor de stemming in het land. Mensen worden alsmaar somberder en dus komen ze op het spreekuur om hulp en raad. Natuurlijk: daar zijn allerlei pilletjes en poeders voor maar dat lijkt in veel gevallen toch niet de beste oplossing. Nee, ik heb een ander recept. 

Daarvoor hebben we geen antidepressiva nodig, maar alleen onze eigen wijsheid. Werp eerst de angst af, want alle gedragsmanipulatie is daarop gebaseerd. Werp samen met die angst de oogkleppen af, kijk dan om je heen en zie wat jou en anderen overkomt en nog staat te gebeuren. Laat het  niet over je heen komen, maar kom er zelf overheen nu het nog kan. Door eerst jezelf te ontmaskeren en daarna de waanzin van dit beleid. Laat anderen niet voor je kiezen, maar maak je eigen keuze. Alleen samen kunnen wij de stemming verbeteren.  En wel op 17 maart. 

Blogdo©

Hoe ook het recht op demonstreren verdween

De avondklok is enkele avonden oud. Het is een dramatische maatregel met een grote lading. De WHO gaf al aan dat een lockdown geen zinvolle maatregel was en een verzwaarde bijna totale lockdown in de rustigste uren is dat natuurlijk al helemaal niet. 

Inmiddels breken overal in het land protesten uit tegen deze maatregel. Wat in het nieuws komt zijn vooral berichten van plunderingen, geweld en brandstichting. Gebouwen, auto’s en winkels worden vernield, acties die natuurlijk  alleen maar kunnen worden afgekeurd.  Wat in het nieuws echter nagenoeg ontbreekt is duiding en perspectief. Wie plegen het geweld? En wie komen er alleen om gebruik te maken van hun recht op demonstratie? Zijn die groepen over een kam te scheren? Wat is hun verhaal en hun context? Welke framing vindt hier plaats, welke rol hebben de media en wat is de psychologie van de berichtgeving? Dit alles lijkt eenvoudiger dan het is. 

De demonstranten, waarvan de grote meerderheid vreedzaam is en niets van rellen moet hebben, vertegenwoordigen alle leeftijdscategorieën: van bejaarden en ouders met kinderen tot jongeren.  Dat mensen en vooral jongeren protesteren is logisch en invoelbaar. Velen van hen worden in de kern van hun wezen geraakt. Zij vormen niet alleen de toekomst van onze maatschappij, maar zijn ook degenen die keer op keer hobbels op de weg naar hun eigen toekomst te verwerken krijgen. Hoge studieschulden door een systeem waarvan zelfs de initiatiefnemers inmiddels toegeven dat het gefaald heeft, vormen een grote financiële en mentale belasting voor velen, die vaak ook nog eens hun vaak bijbaan, vaak een kleine maar belangrijke inkomstenbron, verloren. Het kopen van een woning ligt voor de meesten van de jongeren al langer buiten bereik. De staatsschuld die enorm oploopt door de ongebreidelde steun zal voor het grootste deel op hun schouders terecht komen. Jonge ondernemers zien hun toekomstplannen aan gruzelementen gaan. Sociale interactie, bij jongeren een vitaal onderdeel van het leven, een absolute voorwaarde voor hun welzijn en cruciaal in hun ontwikkeling, is nagenoeg onmogelijk geworden. Jeugd en jongeren behoren tot de grootste slachtoffers van deze crisis. Politiek en media gaan volstrekt voorbij aan de onderliggende dynamiek van frustratie, onmacht, verwaarlozing en perspectiefloosheid. Dat juist jongeren zich tot het uiterste gepest en getergd voelen mag dan ook beslist geen verbazing wekken –  het feit dat de meesten van hen toch nog vreedzaam protesteren en hun zelfbeheersing behouden getuigt daarentegen van een behoorlijke portie zelfbeheersing. Wie vreedzaam demonstreert, verdient ons aller respect.

Maar de rellen dan en het geweld? Helaas trekken dit soort demonstraties ook altijd foute lieden aan die een heel andere agenda hebben en alleen maar uit zijn op confrontaties. En helaas zijn het juist die mensen die de aandacht krijgen in de media, want met het verslaan van geweld verkoop je nu eenmaal meer kranten dan met genuanceerder berichtgeving over mensen die een vreedzaam protest laten horen. En hier ontstaat een vicieuze cirkel. Door het geweld zo’n groot podium te bieden, worden de oproerkraaiers op hun wenken bediend, en wel door diezelfde media. Wat is er voor hen nu mooier dan de voorpagina’s van de kranten te halen en prominent in het nieuws te komen met geweld en brandstichting? Voor relschopppers is media-aandacht een directe beloning voor hun ongewenst gedrag en een aanmoediging om door te gaan. Dit leidt tot een zichzelf versterkend proces, naast een totaal verkeerde framing van de grote groep integere demonstranten. Een groot deel van het publiek doorziet niet hoe zij om de tuin geleid wordt en tuint daarentegen massaal in deze manipulatie van de beeldvorming.

Het zijn beproefde psychologische trucs: belicht vooral de plunderaars, laat de vreedzame meerderheid van de oprecht bezorgde mensen naar de achtergrond verdwijnen en hop! – heel Nederland gaat los op iedereen die het nog waagt om te protesteren tegen de zinloze vrijheidsbeperking van de avondklok. En zo wordt iedereen die vanuit oprechte bezorgdheid demonstreert tegen een totaal onnodige maatregel over een kam geschoren met de relschoppers. Het is een psychologische verdwijntruc die opvallend veel gelijkenis vertoont met het corona-debat: wie het waagt om kritische vragen te stellen wordt zonder veel discussie onmiddellijk  ingedeeld in het complot kamp. Helaas zijn er nog te weinig mensen die inzien dat zij op zich deze manier laten gebruiken volgens het aloude verdeel-en-heers principe waarmee ook de oude Romeinen hele volkeren onderworpen hielden. 

Het journaille zou er ten eerste goed aan doen om hier eens heel kritisch  naar zichzelf en haar escalerende rol te kijken, een eigenschap die het laatste jaar nagenoeg teloor gegaan is. Het veelgehoorde argument dat de journalist slechts moet registreren en niet oordelen, is werkelijk een gotspe. Hiermee reduceert de verslaggever zichzelf  tot een domme doorgever van wat er gebeurt zonder zich enige rekenschap te geven van zijn of haar maatschappelijke verantwoordelijkheid. Maar het is de keuze van de journalist en de redactie hoe men het perspectief schetst. Wie met dit soort zelfreducerende argumenten wegloopt van deze verantwoordelijkheid is moet zich diep schamen en kan als journalist eenvoudigweg niet  serieus genomen worden. 

Ten tweede is mij vanuit kringen binnen de politie bekend dat er ook binnen het politiekorps verschil van mening bestaat over de rol die de politie hier speelt. De politie heeft als taak om op te treden tegen geweld en wetsovertredingen, maar ook het beschermen van mensen die gebruik maken van hun recht op demonstratie behoort tot haar verantwoordelijkheid. Men zou zich veel duidelijker, ook naar buiten toe, rekenschap moeten geven van het  onderscheid tussen deze twee groepen, de vreedzame demonstranten aan de ene kant en de relschoppers aan de andere kant. Men zou afstand moeten nemen van de framing waarin groepen die geheel niets met elkaar te maken hebben domweg in hetzelfde hokje gestopt worden.  In het maatschappelijke debat zijn er slechts enkele journalisten, wetenschappers, artsen en politici die de guts hebben om op te komen tegen de onrechtmatigheden die thans over de Nederlandse bevolking worden uitgestrooid. Kritische politiefunctionarissen worden hierbij nog nauwelijks gehoord. Maar ook daar zijn velen het niet eens met wat er thans gebeurt, die in gewetensproblemen komen omdat zij geweldloze betogers, ouders met kinderen en mensen op leeftijd, sommigen met bloemen in de hand, met knuppels en waterkannonen te lijf moeten. Ook -of liever: juist- binnen de politieorganisatie moeten er mensen zijn met het lef om tegen de gangbare mening in naar buiten te treden. Zeker, het zal hen lastig gemaakt worden zoals dat heden ten dage gebeurt met eenieder die het  waagt om kritisch te zijn. Maar we hebben nu wel behoefte aan helden die opkomen voor rechtvaardigheid, die niet toestaan dat vrijheid en democratie worden opgeofferd in een kunstmatig gecreëerde collectieve angst en die weigeren om vreedzaamheid met geweld uiteen te slaan. Meer dan ooit hebben we behoefte aan mensen die opkomen voor een wereld waarin wij maar meer nog: onze kinderen in vrijheid en onderling respect kunnen leven. Mensen die niet later willen zeggen dat ze het allemaal niet geweten hadden. Eens, maar nooit weer. 

Blogdo©

Overheidsadviezen voetbal treffen doel

De lockdown is gisteren uitgebreid met een avondklok. Dat is uiteraard geen enkel probleem, want er is een overweldigend aanbod van kwalitatief goede programma´s op de Nederandse televisie. Met name voetbalwedstrijden bieden een hoog niveau van ontspanning en wie de juiste abonnementen aan elkaar knoopt, kan 24 uur per dag genieten van de louterende aanblik van zwetende mannen die als een dolle achter een opgeblazen stuk leer aan rennen om het daarna weer snel weg te schoppen. 

Maar deze tijd vraagt wel om extra maatregelen: is meedoen aan een potje voetbal op zichzelf al een aanslag op je gezondheid, het samen naar een wedstrijd kijken is zo mogelijk nog veel gevaarlijker. Gelukkig heeft de overheid het goed met onze gezondheid voor en geeft zij praktische handvatten. Hoe kijk je veilig naar een voetbalwedstrijd? Hoe juich je coronaproof?  Een ijverige ambtenaar die kennelijk nadrukkelijk naar een rode kaart solliciteerde heeft van ons belastinggeld een paar dagen op de richtlijnen zitten zwoegen. 

Gisteren keek ik met een stel vrienden  naar de wedstrijd van de Grey Boys veteranen tegen ZwartWit 8. Voor de gelegenheid hadden we opa  ook uitgenodigd. Dat was al onze eerste overtreding, maar die werd door de scheids door de vingers gezien, want de arme man was al een jaar niet het huis uit geweest. Overigens speelden de Grey Boys van links naar rechts.

Ik schonk wat drankjes in: een spa rood en een  blikje bier voor de gasten. Opa nam natuurlijk een glaasje jonge klare en zelf schonk ik een wijntje in. Uit voorzorg namen we de regels van de overheid erbij, want je wilt natuurlijk geen enkel risico lopen als je voor de TV zit. 

  1. Markeer de glazen zodat je niet uit het verkeerde glas drinkt. 

Goed idee. Ik zocht een markeerstift, poetste die grondig af met ontsmettingsdoekjes en om verwarring te voorkomen zette ieder zijn initialen op zijn glas of blikje. Opa Piet zette een J op zijn borrelglaasje, wat verwarrend was, vooral omdat die eigenlijk meer weg had van het cijfer 3. “Van Jenever!” riep hij triomfantelijk. Vooruit, duidelijker werd het er niet op, maar het was te onthouden; voor ons in elk geval beter dan voor opa zelf, dus de kans op vergissingen was te overzien en bovendien hielden we wel van een beetje risico. 

  1. Geef ieder een eigen bakje voor chips

Tuurlijk, dat we daar zelf niet op gekomen waren! Okee, we hadden geen chips in huis want de pinda’s waren in de aanbieding, maar wij denken creatief en al stond het er niet bij, we bedachten dat deze regel in principe ook toepasbaar zou zijn op diverse soorten nootjes.  Allemaal graaien in hetzelfde bakje is natuurlijk vragen om problemen: dan kon je opa net zo goed meteen afvoeren naar de overvolle IC. Nee, wij wisten wel beter. De oude man zou zomaar kunnen stikken in een pinda. Veiligheid voor alles, dus we gaven hem zijn eigen bakje en prakten voor de zekerheid zijn pinda’s fijn. 

  1. Stel een tribune op met 1,5 meter tussen de zitplaatsen. 

Heel goed. Nou is ons appartementje niet zo heel  breed, zodat we eerst de grote servieskast moesten leegruimen en naar de keuken moesten verslepen. Die was zwaar, maar onder het zware gehijg en gepuf van 4 buurtgenoten lukte dat uiteindelijk toch. En zo zaten we even later in onze eigen VIP lounge: ons kon niks gebeuren! 

  1. Bij een doelpunt kun je springen en dansen op je plek, zonder te schreeuwen. Gebruik zonodig een ratel voor het gewenste geluid.

Dat leek ons een strak plan. Toen het eerste doelpunt viel, sprongen we allen zwijgzaam op, waarbij opa het geluidloosheidsgebod vergat en luidkeels juichend niet alleen zijn mondkapje verloor, maar ook zijn gebit en daarbij een fontein van geprakte pinda’s over ons heen sproeide. 

Ik had echter een ander overheidsadvies gelezen (‘Hoe om te gaan met een hardhorende opa’) en gaf hem een notitieblok met een pen, zodat hij bij het volgende doelpunt  ‘HOERA!’ kon schrijven en daarmee stilzwijgend kon zwaaien met als bijkomend voordeel dat hij dan ook zijn pindaprak binnen zou kunnen houden. 

Het tweede doelpunt kwam al snel en opa begon enthousiast te schrijven. Helaas deed de pen het niet. In paniek rende ik naar de studeerkamer, ontsmette snel de deurklink en pakte een andere pen. De anderen stonden ondertussen luid te ratelen en te stampvoeten, waarbij opa, die al langere tijd wat wankel op de benen stond en tot onze irritatie vaak zijn oefeningen vergat, mee wilde doen maar daarbij uitgleed over zijn zojuist verloren mondkapje en jammerlijk zijn linker heup brak.

Door alle lawaai waren inmiddels de buren naar buiten komen rennen om te zien  wat er in godsnaam aan de hand was. Geïrriteerd over zoveel herrie hadden ze nog maar net de kliklijn gebeld toen ze zelf door een toevallig passerende BOA werden aangehouden wegens overtreding van de avondklok. Door de aldus ontstane vechtpartij, het opstootje en de brandstichting voor ons huis misten wij helaas de overige 17 goals van Grijswit, waaronder de acht schoten in eigen doel van de linksback en raakten wij bovendien het overzicht over de pindabakjes kwijt, waarvan er tot overmaat van ramp een onder opa terecht gekomen was zodat we er slechts met de grootste moeite bij konden. Wat erg jammer was, want ze waren lekker gekruid. 

Even later belde de politie aan, want 3 mensen op de tribune en ook nog eentje kermend op de grond was natuurlijk een flinke overtreding van de Coronawet. Schuldbewust legden we allen wat geld op tafel voor de boete. 

Als verzetsdaad stak ik er op een onbewaakt moment stiekem een niet-ontsmet tientje tussen. Dat zou ze leren. 

Blogdo©

Scènes uit de spreekkamer

De opheffing van het medisch beroepsgeheim

Als huisarts heb ik, net als alle andere dokters, een eed gezworen.  Die houdt in dat je nooit schade doet aan de patiënt. Dat je bij twijfel terughoudend bent en dat je je patiënt altijd eerlijk moet voorlichten. Maar in deze tijd is alles ineens anders en inmiddels heb ik begrepen dat dokters zich niet meer aan die eed hoeven te houden.  Wel, dat maakt het leven een stuk gemakkelijker, want ik neem aan dat dan het beroepsgeheim ook komt te vervallen. Want eerlijk is eerlijk: ook een dokter wil zijn verhaal wel eens kwijt. Vandaar dus deze ontboezeming. Het ligt wat gevoelig, dus hou het maar even onder ons. Ga er eens goed voor zitten, want daar gaan we. 

Een van mijn patiënten is een zekere Mark. Om de privacy toch nog een beetje te beschermen, zal ik zijn achternaam niet noemen. Naar het schijnt heeft hij een vrij hoge functie in het kabinet. Hij heeft het blijkbaar maar druk mee, maar soms bezoekt hij zijn huisarts en vraagt hij om advies. Vorige week kwam hij bij me langs. Dat ging ongeveer zo. 

-‘Goedemorgen, Mark! Hoe gaat het met je?’ 

-‘Nou, best goed hoor. Geen centje pijn eigenlijk. Lekker wat vergaderen, beetje rondbellen in mijn torentje,  nu en dan zorgelijk in de camera kijken. Ik zit lekker in mijn rol.’

-Mooi. Maar geen echte zorgen begrijp ik?’

-’Nee joh! Prognoses zijn goed: wat er ook gebeurt,  ik zit gebeiteld, vaste job voor mij!  Ben gelukkig geen ondernemer hè, haha.  Nee, ik vermaak me opperbest!’ Zo ken ik hem. Altijd opgewekt en zorgeloos die kerel. Gelijk heeft ie. 

-’Mooi Mark, dat klinkt zeer positief.’ Ik kom ter zake. ‘Wat brengt je hierheen?’  

-’Nou, ik moet over een paar dagen  weer een persconferentie houden. En daar maak ik me dan wel weer wat zorgen over’. 

-O? Vertel!’’ 

-’Nou ja, weet je’, begint hij. ‘De cijfers gaan naar beneden, het aantal besmettingen daalt. Dat moeten we natuurlijk niet hebben’.Ik kijk hem begripvol aan. ‘Nee, snap ik’ (Regel 1: laat merken dat je de patiënt volgt, ook al snap je er geen sikkepit van. Hij praat dan vanzelf verder en wellicht komt er dan duidelijkheid) 

-Hij gaat verder. ‘Tot nu toe lukte het vrij gemakkelijk om de angst er in te houden, maar met die dalende besmettingen dreigen de mensen zelf te gaan nadenken. Wat moet ik in godsnaam zeggen tijdens die persconferentie?’ Ik zie enige wanhoop in zijn ogen. De stakker.

-’Hmm, lastig ja’. Ik knik begrijpend (Regel 2: reageer invoelend, knik instemmend, ook als je je afvraagt waar dit in godsnaam heen gaat. Dan maak je contact op gevoelsniveau) . Je bent bang dat de mensen straks minder bang worden?’

-’Ja, daar ben ik heel bang voor. Daar moet ik iets op bedenken’.

-’Ok Mark, ik snap je dilemma. Heb je zelf  al een idee hoe je het wilt aanpakken?’ (Regel 3: ga eerst na of de patiënt zelf al een oplossingsrichting bedacht heeft, vooral als het een absurd dilemma betreft)

-’Nou ja, ik doe het volgens het vaste schema van de persconferentie’. 

-’O, op die fiets. En hoe ziet dat er uit?’

-’Wel, dat gaat als volgt:

1. ik heb helaas slecht nieuws voor u,  

2. het doet me veel pijn om dit te vertellen  (hij geeft me een veelbetekenende knipoog)   

3. het gaat helemaal niet goed,  

4. de situatie is eigenlijk zelfs heel erg zorgelijk…’

-’Ok, klinkt goed! Je bouwt het slechte nieuws dus geleidelijk op?’

-’Ja, net als de aanzwellende muziek in een scene van een spannende film. De mensen voelen dan vanzelf wel dat het spannend wordt.’

-’Slim zeg. Wat ben je toch een bijdehandje, Mark’ 

-’Ja, dat werkt tot nu toe heel goed. Dan ga ik altijd zo verder: 

5. het ligt allemaal aan ‘de mensen’, want ze houden zich niet aan de regels…’

-’Geweldig! Dus je begint met alle verantwoordelijkheid van je af te gooien, hoppa, alle schuld naar het volk toe. Geniaal man.’

-’Haha, goed hè? En let op, dan komt de uitsmijter. Hij kijkt triomfantelijk en vervolgt: 

6. dus moeten we ondernemers nog wat verder afknijpen, vrijheden nog wat verder inperken en de maatregelen met minstens enkele weken verlengen’   Tadaaa!’

-’Wow!’

-’Mooi toch? Bam, pak aan! Eigen schuld allemaal! Stelletje lapzwansen. Luisteren zullen ze, als makke schapen!  Ik ben al een heel eind op weg, maar het is niet genoeg.’

-’Woehaha, Mark! Je bent geweldig! Alle schuld bij de mensen. En je denkt dat ze er massaal in gaan tuinen?’

-’Absoluut. Laat dat maar aan mij over. Als je ze maar bang maakt en bang houdt! Maar nu heb ik een probleem, want het aantal besmettingen daalt als een gek. Dat is funest voor de angst. Mensen lezen nu dat de maatregelen 10x zoveel levens kosten als ze sparen. Dat soort informatie zit natuurlijk verschrikkelijk in de weg. Ik wil niet weer zo’n gedoe als met die Toeslagenaffaire!’

-’Toeslagenaffaire?’ Ik kijk hem vragend aan. Ik had er wel iets van gehoord. Iets met aftreden en zo, maar ineens hoorde je daar niks meer van, dus was ik het al weer vergeten. 

-’Ja. die stomme commissie die zei dat onze maatregelen een totale miskleun en een ramp voor de slachtoffers waren. Dat we totaal fout zaten en we ten onrechte de schuld bij de mensen gelegd hadden. Wat moet ik anders? Ik kan moeilijk gaan toegeven dat ik er wéér naast zit’. 

-’O dat ja, Snap ik. Tja, wat zou je daar aan kunnen doen hè?’ (Regel 4: kom niet meteen zelf met een oplossing. Stimuleer de patiënt om zelf mee te denken).

-’Geen idee, daarom  kom ik bij jou. Jij bent dokter, ik niet’ (Regel 4 werkt niet altijd even goed)

-’Hmm, even nadenken. Wacht eens: kun je niet iets bedenken wat ineens veel meer angst aanjaagt? Zodat mensen denken van: o ja, ik was die lockdown eigenlijk helemaal zat, maar nu snap ik wel dat het niet anders kan? Zodat je weer van voren af aan kunt beginnen?’

-’Dat heb ik nodig ja. Maar wat zou dat moeten zijn? Er moet iets veranderen, want door die angst doen ze alles wat ik wil’. 

De telefoon onderbreekt ons gesprek. De assistente belt: de gegevens van een andere patiënt zijn gewijzigd, ze vraagt of ze de mutatie mag doorvoeren.  En terwijl ik haar te woord sta over die mutatie, zie ik Marks gezicht ineens opklaren, alsof hij ineens een ingeving gekregen heeft. Met een opgetogen gezicht staat hij op. Een joviale boks – en weg is hij. 

Enkele dagen later kijk ik naar de persconferentie. Ik zie hoe Mark, met een bezorgd persconferentiegezicht, net als voorheen punt 1 tot en met 6 opleest. En dan hoor ik dat er een nieuwe variant is opgedoken. De angst slaat toe als nooit tevoren.

Vlak voor ik ga slapen krijg ik een SMS van Mark. ‘Het werkt! Goed hè?’

Blogdo©

Het sprookje van de dokter en de koning – deel 1

Een vertelling voor en vanuit zorg

Dit blog is een reactie op het viraal gaan van een van mijn eerste posts op Linked In .

Als mensen zich niet meer vrij voelen om hun mening te geven, dan raakt dat iets in mij. Maar ik zie wel dat het massaal gebeurt. De regering wil dat artsen kritiekloos het gewenste refrein herhalen. Dwarsdenkers, in de geschiedenis vaak de motor van vooruitgang, worden niet getolereerd. Zorgmedewerkers worden geacht de officiële leer te verkondigen: wie kritische vragen durft te stellen wordt genadeloos aangevallen of zelfs ontslagen. Maar moeten we onze patiënten dan sprookjes gaan vertellen? 

Welnu, laat ik het eens proberen….

Het sprookje van de dokter en de koning.

Er was eens, lang geleden, een klein, kneuterig dorpje in de polder. Er gebeurde niet veel, de mensen keuvelden wat met elkaar, dronken een biertje op een terrasje en keken naar de lama’s in de wei. In het dorpje woonde ook een dokter: mensen bezochten hem met een  steenpuist, verkoudheid of jubeltenen. Dan gaf hij soms een pilletje of een brouwsel. Vaak ook gaf hij niets – of eigenlijk:  heel veel. Dan gaf hij tijd en aandacht. Hij dacht met je mee of legde een arm om je heen, want dat mocht gewoon, hij luisterde of bood troost. 

In het land regeerde natuurlijk ook een koning. En zo kon het gebeuren dat de dokter op een dag bij de koning ontboden werd, want er was iets Heel Ergs aan de hand. Nu was de dokter heel gezagsgetrouw, dus meldde hij zich terstond bij het paleis. Hij werd ontvangen in een grote zaal waar de koning vanaf een grote troon op hem neer keek. Op zijn hoofd prijkte een grote kroon, die hij af en toe stevig vasthield, alsof hij bang was hem kwijt te raken. Naast hem zat een Raadgever. Enkele stoelen waren leeg. 

‘Dag majesteit’, sprak de dokter vol respect, want dat hoort zo bij koningen. 

‘Ha dok!’ De koning kon heel joviaal doen als hij het nuttig vond om iemand op zijn gemak te stellen. Je hebt als koning dan wel veel macht, maar je wilt verder eigenlijk ook niet al te veel gedoe.

Dok, ik heb je nodig!’ ‘Er is iets geks aan de hand. Het lijkt wel een ziekte! De mensen krijgen allemaal jeuk en rode vlekjes. Dat moet nu maar eens afgelopen zijn. Bedenk een plan!´  De stem van de koning had iets dwingends, zoals je dat wel vaker hoort bij koningen die zich eigenlijk wat onzeker voelen.

‘Tja’, sprak de dokter bedachtzaam. ‘Ik zie vaker mensen met rode vlekjes. Gelukkig trekken die bij de meeste mensen weer vanzelf weg, dus meestal stel ik hen gerust. En als ze toch zieker worden krijgen ze een pilletje of leg ik ze in de ziekenboeg. Maar ik maak ze niet al te ongerust, want meestal is dat niet nodig’. 

‘Onzin!’, sprak de koning wrevelig. Hij kon joviaal zijn, maar had een grote hekel aan tegenspraak.  ‘Ik hoor wel dat jij maar een gewone dorpsdokter bent. Geruststellen? Wat een flauwekul. Je snapt er geen sikkepit van. We moeten snel ingrijpen en dat gaan we doen ook. En ik heb een oplossing!’

De dokter keek de vorst verrast aan. Het zoeken van oplossingen kostte hem zelf altijd veel meer tijd, maar de koning was heel snel. ‘Wat goed, koning!’, sprak hij verrukt, want hij was goed van vertrouwen. De koning vervolgde opgetogen zijn verhaal.

‘De oplossing zit in… een gehaktbal voor alle mensen!’

‘Een….een gehakbal?’ stamelde de verbouwereerde dokter. Hij was even van zijn stuk gebracht. ‘’ Bedoelt u dat…’

Maar de koning luisterde niet.  ‘Alle mensen krijgen een gehaktbal. De Raadgever heeft beloofd dat alles dan weer goed komt’. 

De dokter dacht even na. De Raadgever was natuurlijk een wijs man en hijzelf maar een simpele dokter.. Maar gehaktballen? Wat een geniaal idee eigenlijk. De dokter schaamde zich een beetje. Dat hij daar nou zelf niet op gekomen was.  Maar toch… iets voelde er niet helemaal goed. Wisten we eigenlijk wel zeker dat een gehaktbal de beste oplossing was? Of de enige? En als mensen nou ziek worden van zo’n bal? Wat zit er eigenlijk allemaal in? En vooral: wat vinden de mensen eigenlijk zelf? Allerlei vragen en zorgen buitelden door zijn hoofd. Hij werd een beetje duizelig, maar herpakte zich.

‘Nou’, sprak hij. ‘Ik ben blij dat onze wijze koning een oplossing heeft. Aan de slag dan maar! 

Hij wilde weglopen, maar bedacht zich. ‘Eén vraagje nog, majesteit. Wat vindt de Raadgever er eigenlijk van?’

De koning keek naar de wijze grijsaard die naast hem zat en trok zijn wenkbrauwen op. ‘Nou?’ Het gezicht van de Raadgever kwam de dokter vaag bekend voor. Waar kende hij deze man toch van? Was hij niet de eigenaar van de grote slagerij? Maar goed, hij dwaalde af, dat deed er even niet toe. 

De Raadgever schraapte zijn keel, want dat kon toen nog gewoon, en trok zijn gewichtigste gezicht. Boven zijn stoel hing een getuigschrift van een cursus Rode Vlekjes. 

‘Ik ben het geheel met de koning eens!’, klonk het vastberaden. ‘Het is belangrijk dat we terstond beginnen met het uitdelen van gehaktballen aan de gehele bevolking, want dat is de enige oplossing.’ De dokter was onder de indruk, want het getuigschrift had heel mooie letters met grote krullen en er zat ook een zegel op. De Raadgever wist vast veel beter hoe je met rode vlekjes moest omgaan dan hijzelf. 

Toch had de dokter ook wel eens gehoord dat je altijd zelf moet blijven nadenken. Toegegeven, met wijze Raadgevers was die noodzaak er eigenlijk niet meer zo, maar toch: soms kon hij het gewoon even niet laten. 

‘En de andere Raadgevers, wat vinden die er van? Trouwens, waar zijn die eigenlijk?’ De dokter keek naar de lege stoelen naast de troon. ‘Er zijn toch altijd veel meer Raadgevers?’ 

‘De andere Raadgevers zijn er niet’, bitste de koning geïrriteerd. Ze waren wat in de war en bovendien eigenwijs. Ze zijn allemaal ontslagen.’

‘Maar koning‘,  wierp de dokter tegen. ‘Is het dan niet altijd goed om het probleem van verschillende kan….’

‘Hou je mond!’, riep de koning. Nu was hij echt boos. Hij trilde helemaal. Zijn kroon, groot en rond, met uitsteeksels erop, viel bijna van zijn hoofd maar hij hield hem krampachtig vast. Hij had de kroon nodig, want die boezemde de mensen angst in. En met angst kun je ze onder de duim houden, wist de koning. Dan slikken ze alles, ook gehaktballen. 

Even was de dokter onder de indruk. Durfde hij nog tegen te stribbelen?  Hij dacht wel van alles, maar durfde hij het wel te zeggen?. De koning duldde doorgaans geen tegenspraak. Maar ja, dokters zijn vaak een beetje eigenwijs, en hij kon het niet laten. Hij dacht aan zijn patienten, die hij goed kende. De dokter wist dat er een paar bij waren die echt niet van gehaktballen hielden. Moesten die dan toch…Hij besloot zijn angst opzij te zetten. Als hij niet voor zijn mensen op kwam, wie zou dat dan wél doen? De mensen rekenden op hem, hij mocht hen niet in de steek laten. ‘Maar majesteit, als de mensen nou écht geen gehaktbal lusten?’. 

Zo, dat was er uit. 

De koning werd witheet. Zijn stem sloeg over en trilde van woede.’Wat zeur je nou, prutsdokter!  Als ik zeg gehaktballen dan worden het gehaktballen. Of ze nou willen of niet, je duwt ze maar door hun strot, want anders komen ze de straat niet meer op. De mensen hebben voortaan niks meer te zeggen hier, daar zorg ik wel voor, basta!’ 

Op weg naar huis voelde de dokter zich een beetje somber, ja zelfs verdrietig. Hij voelde een vervelende buikpijn opkomen, zo’n buikpijn die je krijgt als er iets niet klopt. 

En de koning? Die was tevreden ‘Dat hebben we even mooi gefikst’, sprak hij tot de Raadgever. ‘Die zal voortaan precies doen wat ik zeg’. 

Maar dat zou een grote vergissing blijken. 

Blogdo©

Naschrift:

Enige tijd na het schrijven van dit sprookje ben ik tot de ontdekking gekomen dat dit slechts het eerste deel was, want het verhaal bleek verder te gaan. Niet is dan logischer dan een 2e deel dat u hier kunt lezen. Al spreek ik bij het ter scherme gaan van dit deel de oprechte hoop uit dat er geen derde nodig zal zijn…

Virologica

De komst van het Virus heeft heel wat teweeggebracht in ons land. Dat is begrijpelijk, want het gaat hier niet om een griepje, zoals virustwijfelaars ons willen doen geloven. Het vermaledijde stukje RNA gaat veel verder dan dat. Het tast niet alleen onze luchtwegen aan maar, naar  recentelijk is gebleken, ook ons vermogen tot logisch nadenken. 

Dat leidt tot niet altijd goed te begrijpen adviezen. Zo mag een ouder niet komen kijken bij de wedstrijd van zijn kind dat bij de mini’s voetbalt, maar mogen mensen zich wel massaal verdringen op Black Friday en valt een vlucht naar Curaçao, viraal gezien, niet meer onder internationaal vliegverkeer. Zo adviseert de GGD in Amsterdam dat kinderen samen mogen dansen, maar ben je 13 of ouder, dan mag je er, als je tenminste niet tot hetzelfde huishouden behoort, niet bij zingen; ben je boven de 18 dan mag je alleen buiten dansen en moet je het bij neuriën houden, tenzij  je danspartner dezelfde voordeur heeft want mag je daar wel weer binnen meedansen – mits je er niet bij zingt natuurlijk en tenzij het in een kerk of moskee is. Ik vermoed dat er nu wordt gewerkt aan een wet waarin staat wat je voortaan wel en niet mag zingen. 

Gelukkig hebben we onze regering nog. Weliswaar hadden ze  ons in januari met stelligheid bezworen dat het allemaal reuze mee zou gaan vallen met dat virus (vergissing, kan gebeuren)  en wisten ze kort nadien te melden dat het virus in ons land zeker geen voet aan de grond zou gaan krijgen (nou ja, voortschrijdend inzicht en zo). Weliswaar had Grapperhaus iets te uitbundig gefeest (ach ja, komt in de beste families voor). Weliswaar  hadden ze kort geleden nog geprobeerd om gezichtsbedekking strafbaar te stellen (toegegeven, daar was het dan misschien net even misgegaan, soit) en bleek het preventief  opsluiten van bejaarden toch niet zo heilzaam als gedacht (inschattingsfoutje, kan de beste overkomen). Maar in september lieten onze minister en hoofd van het RIVM ons dan toch geruststellend weten dat het dragen van mondkapjes een totaal zinloze bezigheid was, die dan ook niet werd aangeraden. Nee, het was zelfs beter om die ondingen helemaal niet te gebruiken. En omdat de regering altijd weet wat goed voor ons is (oké, soms even niet, maar dat zijn incidentjes) ging het van hop! Weg ermee. Inmiddels echter is diezelfde overheid geheel bekeerd en heeft opnieuw de oplossing. Nee, nu écht: mondkapjes en niets dan mondkapjes zult gij dragen! 

Kwaliteitseisen worden er overigens gelukkig in het geheel niet aan die dingen gesteld, dus men maakt het ons niet moeilijker dan nodig is. Het maakt dan ook niet uit hoe en waarvan ze gemaakt zijn. Dus ging ik aan de slag met satijn, katoen, vitrage en kippengaas, liet mijn fantasie de vrije loop en knutselde er tijdens een gezellige bijeenkomst met een tiental vrienden lustig op los. Er is door de minister van Huisvlijt zelfs een heuse knip- en plakinstructie op de website van het ministerie gezet zodat je ook je eigen patroontje voor je gezicht kunt fröbelen. Ze werken dan wel helemaal niet, zoals blijkt uit onderzoek gepubliceerd in vooraanstaande medische vakbladen, maar dat was niet meer dan een flauw intermezzo: die jongens hadden natuurlijk helemaal niet begrepen waar het om gaat. En juridisch schijnt het ook al niet te kunnen, blijkens het oordeel van de Nederlandse Orde van Advocaten die de regeling afbrandde, maar die juristen weten natuurlijk ook niet waarover ze het hebben. Nee, dan doet onze regering het een stuk beter. 

En daar zit ik dan, vol trots met mijn zelfgemaakte trendy mondkapje. Het zit niet heel lekker maar als je er wat aan plukt of gewoon je neus vrij houdt, valt het best mee. Soms  zakt het ook wel eens wat scheef, maar met wat schuiven en trekken zet je het weer goed. En kom op zeg, af en toe gun ik mezelf net als alle anderen ook even een kaploos moment.  Want hoewel het kapje verplicht is, geldt deze verplichting natuurlijk niet als ik even een sigaretje wil opsteken. Dan stop ik  het kapje gewoon even in mijn broekzak bij mijn zakdoek, steek ik een peuk op en kan ik even frisse lucht ademen. Het is allemaal zo logisch – en het werkt geweldig. Dit exemplaar houd ik, want ik ben niet ziek geworden in die drie weken dat ik dit kapje draag. 

Blogdo©

Hokjesdenken

Wie de krant -of een willekeurig ander nieuwsmedium-  er op naslaat kan er niet om heen: corona domineert het debat. Elke begint dag een brij van cijfers waar ieder naar believen zijn eigen conclusies uit trekt. Dan de duiding van die cijfermassa – want met het creatief gebruik van grafieken en tabellen is immers elke mening naar eigen goeddunken te stutten of te ondergraven. Daar moeten we dus een weg in vinden en wij laten ons graag leiden door mensen die het, anders dan wij stervelingen, allemaal wél weten. 

Opvallend is dat de wereld inmiddels opgedeeld lijkt te zijn in twee kampen. Laat ik ze voor het gemak de gelovigen en de ongelovigen noemen. Wie gelooft, heeft vrees en ontzag voor het virus, dankt de hemel voor de aardse voorzienigheid die Regering heet, en zet bij het opstaan nog vóór het tandenpoetsen als eerste een mondkapje op. De afvalligen onder ons daarentegen lijken allemaal te kunnen worden geschaard in de categorie van de zogenaamde Complotdenkers, een groep paranoïde paradijsvogels die in hutjes op de hei leven, zich met aluminiumfolie omwikkelen om zich tegen zendmasten te beschermen. Mensen die denken dat het virus door satanische buitenaardse wezens over de aarde is gestrooid om vervolgens door Google en consorten te worden gebruikt om hun microchips via vaccins bij de wereldbevolking in te brengen en wier sinistere boodschap zich sneller over de wereld verspreidt dan het virus zelf. Ziedaar een overzichtelijke indeling van de mensheid: gemak immers dient diezelfde mens. 

Wat in deze discussie ondergesneeuwd raakt is het feit dat deze indeling geen recht doet aan de realiteit van de discussie. Velen zijn oprecht bezorgd om bijvoorbeeld de gevolgen van de ingrijpende maatregelen voor de maatschappij nu en in de toekomst of vragen zich af wat de gevolgen zijn van sociale deprivatie die zich inmiddels niet meer beperkt tot het bejaardenhuis. Wie het lef heeft om vraagtekens te stellen bij het staande beleid (‘Hoe nuttig zijn mondkapjes als ze aan geen enkele kwaliteitseis hoeven te voldoen? ‘Kun je de lange termijn-effecten van een vaccin wel binnen een half jaar vaststellen?’) kan doorgaans niet rekenen op veel begrip voor deze kritische houding en ontmoet meestal weinig medestanders. Dat komt niet omdat er zo weinig mensen vragen hebben, maar omdat velen bang zijn om voor hun visie uit te komen. ‘Doe mee en stel geen vragen!’  lijkt het devies: fnuikend voor een open samenleving waarvan het weefsel wordt gevormd door het vrije debat. Waar dat toe leidt hebben we gezien met de eerste Coronawet, een juridisch gedrocht waarmee minister de Jonge in één klap een aanzienlijk deel van de democratie en grondwettelijke rechten van haar burgers als kwalijke excreta door het riool probeerde te spoelen. Waren daarbij geen kritische vragen gesteld, dan waren we nu een flink stuk richting een totalitaire staat opgeschoven. Maar Nederland heeft geen behoefte aan een Kim-il de Jonge. 

Het is bijzonder en ook verontrustend om te zien hoe doorgaans weldenkende en redelijke mensen plots de grootste moeite blijken te hebben met een gezonde,  open en respectvolle discussie zodra het gaat om de vraag hoe wij ons verhouden tot corona. Voor- en tegenstanders staan lijnrecht tegenover elkaar en wie vragen stelt hoort in de ogen van velen bij het complotkamp – of is op zijn minst egoïstisch en onverantwoord bezig. Het is te hopen dat het geluid van redelijke en weldenkende mensen als Rudi Westendorp en Marli Huijer breed aandacht krijgt, zodat de polarisatie uit het debat verdwijnt en we gaan nadenken over wat we nu daadwerkelijk belangrijk vinden voor onszelf en de wereld die wij aan onze kinderen nalaten.

Blogdo©

Dokter Trump

In tijden van pandemie zijn landen en volkeren in verwarring, stuurloos en ontredderd. Meer dan ooit is er dan nood aan leiders die de dolenden doortastend en wijs langs de gevaren weten te laveren. In Nederland hebben we daarvoor onze immer goedlachse premier. Ingefluisterd door zijn uitbraakdeskundigen zet hij het land op slimme wijze op slot waarbij hij  -hoe Nederlands- toch her en der nog een kiertje open laat. Kinderen mogen weer spelen en krijgen en passant les in praktische meetkunde, want houd die 150 centimeter maar eens in de gaten als je tikkertje gaat spelen. De kapper moet nog even wachten, de tandarts mag wat dichterbij komen en kan zijn inkomstenbron weer gaan aanboren. In andere landen gaat het er minder genuanceerd aan toe. De Braziliaanse president bijvoorbeeld vindt dat het maar eens over moet zijn met die onzin, want het treft alleen bejaarden en die leveren toch niets meer op.

Dit soort dubieuze types kan voor een oplossing wellicht te rade gaan bij vriend en geestverwant Trump, die het presteert om de ene onbenullige stommiteit na de andere uit te kramen. Maar gisteren maakte hij het nog bonter met zijn welgemeende adviezen aan de medisch onderzoekers. Weliswaar was hij geen dokter, zo sprak hij voor de broodnodige verduidelijking, maar hij was naar eigen zeggen daarentegen wel gezegend met een hele goede ‘you-know-what’, waarbij hij veelbetekenend met zijn vinger naar zijn voorhoofd wees. Nou ken ik dat gebaar nog wel uit vroeger tijden om aan te geven dat iemand niet goed bij zijn hoofd is en vond ik het gebaar op zichzelf dan ook zeer toepasselijk, maar ik vrees dat Trump hier een geheel andere boodschap wilde geven. 

Wat was het geval? Kort tevoren had een ambtenaar van het Home Security Centre een update gegeven van onderzoek waaruit blijkt dat diverse desinfectie- en  schoonmaakmiddelen, waaronder bleekmiddel, het virus snel doden op niet-poreuze oppervlaktes zoals deurkrukken. Handig weetje bij het schoonmaken, wilde hij maar zeggen. 

Niet gehinderd door ook maar de geringste kennis van zaken -en vooral niet door een gezond ‘you-know-what’- wist Trump zijn geheel eigen vertaling van de onderzoeksbevindingen te maken. Met zijn onnavolgbare brein maakte hij onmiddellijk de vertaalslag  naar een praktische medische toepassing en suggereerde hij dat het heel zinvol zou kunnen zijn om dit soort middelen bij mensen te injecteren. Want, zo verklaarde hij voor de minder begaafden onder ons die de details niet meteen allemaal even snel doorzien hadden: het doet immers ‘a number of things’ in je longen. Kijk, dat is nog eens een heldere uitleg en dan snap je tenminste hoe het werkt, op moleculair niveau.

Trumps suggestie is natuurlijk van een niet meer te bevatten stupiditeit. Het meest sneue in deze vertoning is niet zozeer de totaal overbodige disclaimer dat hij geen medicus is -de hemel beware ons!- maar dat de stakker kennelijk inderdaad in de veronderstelling leeft dat hij over een uitstekend functionerend brein beschikt. Deze aanname moet worden aangemerkt als een van de grootste misvattingen van het laatste millennium: stompzinniger dan dit advies kun je het werkelijk niet bedenken. 

Stel je nou eens voor. De patiënt komt hoestend en met ademnood bij zijn arts, die de diagnose corona-infectie stelt. Geen nood, want de dokter heeft gelukkig net college gehad van professor Trump die hem heeft bijgepraat over de laatste stand van de medische wetenschap en deze feilloos heeft vertaald naar de bruikbaarheid daarvan in de medische praktijk. Dus haalt de dokter de fles bleekmiddel die hij net uit de schoonmaakkast gehaald heeft,  volgt nauwkeurig de instructies (contact met de huid vermijden), neemt zijn injectiespuit, trekt wat van het spul op en terwijl het bijtende zuur zijn injectiespuit wegvreet spuit hij de nietsvermoedende patiënt een millilitertje of tien van de zwaar etsende vloeistof in zijn bilspier.

Je kunt je voorstellen wat er gebeurt. Het zuur vreet zich een weg door de weefsels en veroorzaakt binnen enkele minuten een dramatische ontstekingsreactie. Het weefsel wordt binnen de kortste keren onherstelbaar beschadigd, sterft af en tenslotte ontstaat er een daverende infectie in het necrotisch geworden gebied. En dan hebben we het nog maar over een injectie in een spier. Mogelijk wil onze charlatan het ook nog wel in een vat laten spuiten, daarmee vermoedelijk een onmiddellijk doodvonnis over de patiënt uitsprekend.

Pandemieën zijn gevaarlijk, want er worden veel mensen ziek en sommigen gaan zelfs dood. Maar ze zijn niets bij het allergrootste gevaar: peilloze domheid, ridicule zelfoverschatting en een totaal gebrek aan zicht op de eigen beperkingen. Met zo’n man aan het roer heb je geen pandemie meer nodig om de mensheid naar de verdommenis te helpen. 

Blogdo©

Coronaria

Momenteel zijn er eigenlijk geen andere onderwerpen, maar ik vertel het toch voor de zekerheid. Gewoon, voor wie het nieuws gemist of gewoon even niet opgelet heeft: momenteel waart er een virus over de wereld, en wel een van de onsympathieke soort. Made in China, zo wordt gefluisterd, maar inmiddels heeft het van daaruit toch de weg naar onze streken gevonden. Eerst dacht ik dat het allemaal wel zou loslopen, maar toen Trump enkele weken geleden zei dat het reuze meeviel werd ik pas echt ongerust, want die man zit er per definitie goed naast. Het C-woord gaat als een ongrijpbare geest door Nederland en de wereld. En zoals dat altijd gaat bij pandemieën: in no time lag er een crisisplan. 

Nou hebben die virale rakkertjes legio nadelen, maar wat ze daarnaast ook teweegbrachten is een ongekende cohesie binnen en tussen de zorgverleners. Nog voor het virus zich twee keer gerepliceerd had was er een dagelijks crisisberaad in ons centrum, een noodpraktijk geregeld, ingericht en in de lucht, lag er een schema voor de bemensing en waren de taken verdeeld. Kortom: zo’n virus zoekt niet alleen je zwakke kanten, maar haalt tegelijk ook het beste in ons naar boven. Alle huisartsen in de stad functioneren binnen enkele dagen zonder morren als één virtuele praktijk – en het werkt. 

In een vlaag van doodsverachting heb ik aangeboden om als eerste voor enkele dagen de ‘besmette’ praktijk te bemannen. De instemming hierover kwam opvallend snel en unaniem en dat is natuurlijk altijd verdacht. Wellicht dacht men dat het verlies van deze dokter nog wel te dragen zou zijn, wat vermoedelijk ook pijnlijk waar zou zijn. Maar goed, per slot zal toch iedereen een keer de klos zijn, dus hees ik mij vandaag in een soort hermetisch vacuum pak dat je van top tot teen van de buitenwereld afsluit. Knap virus dat daar nog doorheen weet te dringen. 

Maar het vergt wat acrobatiek en dat ziet er dan ongeveer zo uit. Je trekt eerst een gele overall aan. Waarom die nou geel moet zijn is onduidelijk, want het is een kleur die eigenlijk nergens naar verwijst, die niet geruststelt en evenmin steriliteit of vertrouwen uitstraalt. Want let wel, je moet het psychologisch effect van kleding niet uitvlakken. In de tijd dat de witte jassen het veld moesten ruimen kelderde het vertrouwen in de dokter net zo hard als de aandelen nu, en ik ken collega’s die nu nog met heimwee terugdenken aan de tijd dat je alleen die outfit maar aan hoefde te trekken en je had het vertrouwen van je patiënt al gewonnen, iets wat nu veel meer voeten in de aarde heeft en dat maakt het vak er niet gemakkelijker op. De functie van dat geel is kortom niet duidelijk, temeer daar het maar vrij matig combineert met het stemmig sputumgroene interieur van onze praktijk. 

Dat geheel dan moet achter de rug aaneengebonden worden met een tweetal touwtjes dat ontspruit aan de buikzijde van de overall. Die moet je  achter je rug om vastmaken, wat geen sinecure is en waarvoor je dan weer een collega nodig hebt, die dat in de praktijk met liefde en een vaste hand doet, want we zijn per slot, zeker in pandemische tijden, ter aarde om elkaar te helpen. In de noodpraktijk echter ben je alleen, en wie wel eens geprobeerd heeft om twee gele touwtjes op zijn rug in een nette knoop te leggen weet dat dat je met wat pech al gauw zo’n twintig minuten en een schouderluxatie kost. Als dat klaar is zakken vervolgens de schouderstukken van de overall af, want bij de nek zitten dan weer geen touwtjes. Om te voorkomen dat je als het ware topless aan je spreekuur begint moet je daar  iets op improviseren. Het bijeenbinden van de achterflappen lijkt een oplossing, maar dan worden de mouwen omhoog getrokken en dus korter waardoor er een stuk pols bloot komt te liggen tussen de mouw en de handschoenen, een porte d’entrée waardoor een heel regiment virussen tegelijk naar binnen kan marcheren. Wat op zich op te lossen is door de gehele dag met opgetrokken schouders te blijven rondlopen, waarmee de drager een zekere hopeloosheid uitstraalt die dan wel weer passend is in deze tijden. Het is wat behelpen, maar dan klopt het plaatje ook wel weer. 

Het geheel wordt vervolgens gecompleteerd met een mondmasker dat naar voren toe zo taps toeloopt dat ik er uit zie als een soort Donald Duck, zodat ik toch weer blij ben met het gele pak, want leg blauw maar weer eens uit in deze regio, zo kort na de carnavalstijd. De elastiekjes van het masker moeten zodanig worden bevestigd dat je haar alle kanten op piekt en je oren in flapstand worden gepositioneerd. Tot slot hoort er een bril bij, want die virussen zijn natuurlijk ook niet achterlijk, weten al die obstakels op kloeke wijze te vermijden en hebben het dan gemunt op je ogen. Die houden we bij voorkeur virusvrij, en daarom is het een soort aquariummodel met dichte zijkanten. Uiteindelijk ben je dan een soort ruimtemannetje geworden. En zo kunnen dan alle patiënten die koorts hebben en benauwd zijn in deze outfit veilig en virusvrij gezien worden. 

Een 78 jarige man met een chronische longaandoening en koorts kan gelukkig nog net met een stevige shot prednisolon van zijn bronchitis af geholpen worden. Er passeert een echtpaar met koorts. De vrouw is er redelijk aan toe en de man wuift zijn klachten eveneens weg. Maar na het beluisteren van ‘s mans longen en wat verder onderzoek moet ik hem overtuigen: hij moet echt acuut opgenomen worden en ik vrees dat dat niet op de gewone afdeling gaat zijn. Zijn echtgenote is in tranen, de man merkt nog stoer op dat het niet nodig is, maar heeft een kwartiertje later toch moeite om zonder hulp op de brancard te klimmen. En terwijl de ambulance wegrijdt hoop ik dat zijn vrouw een dag later niet zijn lot zal volgen. Ik besluit haar eigen huisarts even te bellen: misschien moet zij morgen toch even poolshoogte gaan nemen bij zijn patiënte. Er volgt nog een lange rij met patienten waarvan hun arts een ofwel zelf een corona-verdenking heeft, ofwel die verdenking bij de patiënt zelf niet heeft kunnen wegnemen, want corona-angst is ook een last voor velen. Er is veel angst bij de patienten en machteloosheid bij de dokter. 

De dag eindigt met een bezoek aan een 52 jarige man met een terminale neurologische ziekte. Hij raakt geleidelijk steeds verder verlamd, ik kom er bijna dagelijks en we proberen zijn leven nog enkele maanden te rekken omdat hij zo graag de geboorte van zijn eerste kleinkind nog zou willen meemaken. Hij heeft koorts gekregen en dat is in zijn situatie omineus. Ik vermoed dat hij door verslikken een longontsteking aan het ontwikkelen is, maar hij heeft niet meer de kracht om op te hoesten. Deze man moet eigenlijk beademd worden, maar of dat kan, gezien de capaciteitsproblemen en de slechte prognose, is de vraag. Ik bel mijn collega in het ziekenhuis en leg uit hoe kostbaar het toevoegen van enkele maanden extra aan dit leven voor hem en zijn dochter kunnen zijn. Men is bereid hem te beoordelen om de opties te bekijken.

Enkele uren later is hij weer thuis. Zijn toestand is te broos en hij komt niet meer in aanmerking voor beademing,   Ik zit op de rand van zijn  bed, mijn hand met die vervloekte handschoen -zelden zat dat ding me zo in de weg- rust op haar arm. Het enige dat ik nog kan proberen is gokken dat het niet dat rottige virus is en kijken of een antibioticumkuur hem letterlijk nog lucht kan geven. Ik doseer hoog, het is een wanhoopspoging en eigenlijk  tegen beter weten in.

Aan het eind van de dag mag het pak uit. Ik trek er aan met een flinke ruk, waarin alle frustratie van die dag geconcentreerd is. De gele knoop op mijn rug breekt met een symbolische knak.

Blogdo©